De Figuren en de Gebruiken rond de Kerstman.


We gaan hier korte, maar desondanks, zo nauwkeurig mogelijke verklaringen geven over de oorsprong van de huidige gebruiken en Figuren rondom de traditie van de Kerstman.
Hierbij worden ook een paar gebruiken genoemd die eigenlijk meer bij het Christelijke feest van Kerstmis horen, maar die toch een raakvlak met de Kerstman traditie hebben gekregen.
We zullen dit bij die gebruiken nog duidelijk vermelden.

Natuurlijk is het niet mogelijk alles wetenschappelijk en met data te onderbouwen, maar door de vele verhalen en de tijd waarin deze al bekend waren te vergelijken met verhalen waar we wel het ontstaan of de ontstaan-oorzaak van weten krijg je een redelijk inzicht wie door wie (of wat door wat) beïnvloed is. Voor veel uitvoerigere gegevens (bv voor wetenschappelijke scriptie) verwijzen we naar het Sinterklaas en Kerstman archief van J.W. Koning.

De Kerst traditie:

Het ontstaan:
Een oude feestdag.
Het midden van de winter is al heel lang bij allerlei culturen overal op de wereld een tijd van feest. Veel volkeren verheugden zich op de winter-zonnewende (Solstice), wanneer het ergste van de winter voorbij was en ze konden uitkijken naar langere dagen en meer uren zonlicht.
Nu viel die zonnewende in Europa weliswaar niet midden in de winter, want het is in bv west-Europa in januari/februari meestal kouder als in December. Maar toch was ook daar de zonnewende (het eind van december) een uitstekende tijd voor een feest. In die tijd van het jaar, werden de meeste runderen geslacht, zodat ze niet gedurende de winter gevoed moeten worden. Voor velen was het zelfs de enige tijd van het jaar dat ze een aanbod van vers vlees had.

Daarnaast was de meeste wijn van de vruchten van dat jaar en het bier van de graanoogst van dat jaar eindelijk gefermenteerd en klaar om te drinken.
En in de winter stonden werkzaamheden als de jacht en land- en veeteelt op een lager pitje. Dus tijd, eten en drinken genoeg.
Eeuwen voor de komst van de man genaamd Jezus, vierden de volkeren in Europa dus al het feest van het licht en de geboorte van de ‘nieuwe zon’ in de donkerste dagen van de winter. Deze feesten kenmerken zich door de grote vuren die ontstoken werden, om aan te geven dat de zon terug zou keren. De paasvuren van tegenwoordig zijn daar eigenlijk de echo of het spiegelbeeld van.

Zij bevestigen dat de zon (en het voorjaar) is teruggekeerd.
Noorwegen is het geboorte land van het Yule-log. Log betekent houtblok. “Yule” komt van het Noorse woord hweol, wat wiel betekend. De Noren geloofden dat de tijd een wiel was die telkens ronddraaide.

De oude Noren gebruikten het Yule-log in hun viering van de terugkeer van de zon. Vaders en zonen brachten grote houtblokken (vaak boomstronken van dat jaar gerooide bomen) mee naar huis, die zij daar dan (buiten) in brand staken. De mensen zouden blijven feesten tot de het stuk hout (Yule-log) of de houtstapel opgebrand was. Die feesten duurden al gauw een dag of twaalf. De oude Noren geloofden dat elke vonk uit het vuur de levensvonk was voor een nieuw varken of kalf dat geboren zou worden in het komende jaar. Dus hoe meer vuur je had, hoe meer vonken er kwamen, Hoe meer vonken je had, hoe meer jong vee je zou krijgen, Hoe gezegender je zou zijn dus. Noors: ‘Gledelig Jul!’

Bij andere volken gebeurde bijna precies hetzelfde, maar om iets andere redenen.
De Kelten, de Teutonen, de Friezen en andere oude volksstammen geloofden dat tijdens de Yule, de geesten van de doden vrij rond dwaalden (Denk aan de huidige viering van Haloween). En men was bang dat deze geesten via schoorstenen of andere rookgaten de huizen zouden binnen dringen om daar onheil te brengen. Het was daarom een vast gebruik bij deze volkeren om hun haardvuren constant brandende te houden tijdens de Yule-viering, om op die manier de geesten te verhinderen om binnen te komen. Bij de Kelten en de Teutonen, werd dit gedaan door een grote boom te kappen, zoals de Oak King, Bel (“Bright One”), elk jaar met Yule de Holly King, Bíle (“Great Tree”), omhakt.

Na het omhakken (vellen) werd de grote boom met veel vrolijkheid en trots naar huis gebracht (we zien dit nog bij het kappen en thuis brengen van de Kerstboom).
Eenmaal thuis werd de boom met de stronk voorop in het haardvuur geplaatst. Terwijl dit brande, werd de rest van de boom langzamerhand steeds verder in het haardvuur geduwd, om zo de vlammen te voeden. Het kon dagen duren voordat zo’n boom opgebrand was. Dit is dus de oorsprong van de huidige Yule log en van het kappen/kopen en naar huis brengen van de Kerstboom.
yule log FireEn het is dus ook een van de redenen waarom de haard of een ander open vuur zo’n centrale plaats inneemt in de kersttradities.
Het is vermoedelijk ook de oorsprong van het tijdens de Kerstdagen opdienen van als houtblok gevormde cakes, kazen en puddingen.

Hoewel er bij dit oude ritueel ook andere bomen werden gebruikt zoals appel, es, of eik, waren het de altijdgroen blijvende bomen die de voorkeur hadden, vanwege de symbolische betekenis. En onder die groenblijvende bomen was het de taxus die het meest
gebruikt werd, omdat hij vanwege zijn scherpe naalden en rode bessen deed denken aan de gelukbrengende hulst met zijn prikkende bladeren en zijn rode bessen.

 

Duitsland:
In Duitsland, eerden de mensen de heidense god Odin in het midden van de winterperiode. Duitsers waren doodsbang voor Odin, omdat ze dachten dat hij ’s nachts door de lucht vloog om zijn volk te onderzoeken, en dat hij dan besliste wie zou slagen in het leven of wie zou omkomen.

Uit angst voor zijn aanwezigheid, kozen veel mensen er voor om binnen te blijven als het donker was. Dit is dus de reden waarom Kerst daar (en later overal) een feest geworden is van ‘gezellig’ in huiselijke kring gezamenlijk Kerstfeest vieren.

Saturnaliën:
In Rome, waar de winters waren niet zo hard als die in het verre Noorden, werd Saturnalia -een feest ter ere van Saturnus, de god van de landbouw- gevierd. Dit begon in de week van de aanloop naar de winter-zonnewende en durende een volle maand lang. Saturnalia was een hedonistische tijd, eten en drinken was er dan in overvloed en de normale Romeinse sociale orde werd op zijn kop gezet.

Een maand lang waren slaven de meesters, boeren waren stadsbestuurders, bedrijven en scholen werden gesloten, zodat iedereen kon deelnemen aan de pret. Rond de tijd van de winterzonnewende, vierden de Romeinen ook Juvenalia, een feest ter ere van de kinderen van Rome. Bovendien vierden de leden van de hogere klassen op 25 december vaak de verjaardag van Mithra, de god van de onoverwinnelijke zon. Men geloofde dat Mithra, een kind god, werd geboren uit een rots. Voor sommige Romeinen was de verjaardag van Mithra de heiligste dag van het jaar.

De samensmelting:
In de beginjaren van het Christendom, was Pasen was de belangrijkste feestdag, de geboorte van Jezus werd niet gevierd. In de vierde eeuw na Christus besloten de kerk-ambtenaren om de geboorte van Jezus in te stellen als een feestdag. Helaas is er in de Bijbel geen melding van datum voor zijn geboorte (een gegeven dat puriteinen later gebruikten om de legitimiteit van de viering te ontkennen). Hoewel er sommige aanwijzingen zijn dat geboorte plaatsgevonden kan hebben in het voorjaar (waarom zouden herders schapen met lammeren hoeden in het midden van de winter?), heeft Paus Julius gekozen voor 25 december.

Het wordt algemeen aangenomen dat de kerk deze datum gekozen heeft in een poging om de tradities van het heidense Saturnalia festival te doen vergeten. Eerst noemde men het Feest van de Geboorte (Natal of Navidad), een aangepaste versie van het feest verspreidde zich eerst naar Egypte, rond 432, en daarna (einde van de zesde eeuw) naar Engeland en Frankrijk.

Tegen het einde van de achtste eeuw, was de viering van Kerstmis verspreid tot in Scandinavië.
Tegenwoordig wordt in de Griekse en Russische orthodoxe kerken Kerstmis 13 dagen na de 25e december gevierd, die dag wordt ook aangeduid als de Driekoningen- of Drie Koningen Dag. Dat is de dag waarop de drie wijze mannen eindelijk de lang gezochte Jezus in de kribbe vonden.
Door het Kerstfeest op hetzelfde moment te houden als de traditionele winter zonnewende festivals, verhoogden de kerkleiders de kans dat

Kerstmis door de bevolking omarmd zou worden, maar gaf het de bevolking ook de mogelijkheid om zelf te bepalen hoe het werd gevierd.
Aan het begin van de Middeleeuwen was het christendom, voor een groot deel, weer vervangen door heidense religie, vele Christelijke en voor-christelijke rituelen en gebruiken raakten onlosmakelijk vermengd. Op Kerstmis, gingen gelovigen naar de kerk, en vierden na afloop van de mis dan een dronken, carnaval-achtig feest, vergelijkbaar met Mardi Gras. Het huidige Carnaval is hier het overblijfsel van.

Kerstmis werd de tijd van het jaar waarin de hogere klassen hun echte of ingebeelde “schuld” konden terug te betalen aan de samenleving door minder fortuinlijke burgers iets te geven. Elk jaar werd een bedelaar of student gekroond tot de “heer van wanbestuur” en enthousiaste feestvierders speelden de rol van zijn onderdanen. De armen gingen naar de huizen van de rijken en eisten hun beste eten en drinken op. Als eigenaren van die huizen niets gaven, dan zouden hun bezoekers hen waarschijnlijk terroriseren met kattenkwaad.
Het Sint Martinus lopen en het ‘Trick or treat’ bij Haloween stammen hiervan af.

 

Een vrijgevochten Kerst:
In het begin van de 17e eeuw, veranderde een golf van religieuze hervorming de manier waarop Kerstmis in Europa werd gevierd. Toen Oliver Cromwell en zijn puriteinse volgelingen in 1645 aan de macht kwamen in Engeland, beloofden ze dat ze Engeland zouden bevrijden van decadentie. En, als onderdeel van hun inspanning werd Kerst geannuleerd. Later werd, op veler verzoek, Karel II weer op de troon gezet, en met hem, kwam ook de terugkeer van het populaire decemberfeest.

De ‘pilgrims’, Engels separatisten die in 1620 naar Amerika kwamen, waren nog meer orthodox in hun puriteinse geloof als Cromwell. Als gevolg hiervan, was Kerst in die tijd in Amerika geen feestdag. Van 1659 tot 1681, werd in Boston de viering van Kerstmis zelfs verboden. Iedereen die mee deed aan– of betrokken was bij de tentoonstelling van de geest van Kerstmis kreeg een boete van vijf shilling. Daar stond tegenover, dat kapitein John Smith meldde dat in de Jamestown nederzetting, door iedereen Kerstmis werd gevierd en dat het zonder incidenten verliep.
Na de Amerikaanse Revolutie, raakten veel Engelse voorschriften en/of verboden uit de gratie, zo ging het ook met het verbod om Kerst te vieren. En dus vierden de vrijgevochten Amerikanen weer volop het Kerstfeest.

De manier van Kerstmis vieren bij een Kerstboom zoals we dat vandaag de dag kennen, is een Victoriaans bedenksel uit de jaren 1860. Zijnde de waarschijnlijk meest gevierde feestdag in de wereld, is Kerstmis zowel een heilige religieuze feestdag als een wereldwijd cultureel en commerciëel fenomeen. Twee millennia lang hebben mensen over de hele wereld het gevierd met zowel religieuze als mythologische tradities en gebruiken. Christenen vieren eerste Kerstdag als de verjaardag van de geboorte van Jezus van Nazareth, een spiritueel leider wiens leer de basis vormt van hun religie. Volksgebruiken zijn onder andere het uitwisselen van geschenken, versieren van Kerstbomen, naar de kerk gaan, het delen van maaltijden met familie en vrienden en natuurlijk het wachten op de geschenken van Santa Claus. 25 december, Kerstmis, is sinds 1870 een federale feestdag in de Verenigde Staten.

Een vergelijkbaar feest in andere landen:
De meeste mensen in Scandinavische landen eren ieder jaar op 13 December St. Lucia (ook bekend als St. Lucy). De viering van St. Lucia Dag begon in Zweden, maar was reeds in het midden van de 19e eeuw al verspreid naar Denemarken en Finland. Dit licht feest moest het heidense Yulefeest doen vergeten.
In deze landen, wordt deze dag gezien als het begin van het Kerstseizoen, en het wordt daarom ook vaak “klein Yule” genoemd.

De versiering in het huis:

Kerstboom(Het groen en de Kerstklokken):
Al reeds voor het onstaan van de christelijke adventtijd, hadden planten en bomen die het hele jaar groen bleven, in de winter een speciale betekenis voor de mensen. Precies zoals de mensen nu hun huizen gedurende de adventtijd versieren met takken van de pijnboom, de den en de spar, hingen ook de oude volkeren eeuwig groenblijvende bogen over hun deuren en ramen. In veel landen bestond het bijgeloof dat dit heksen, boze geesten en ziekte buiten de deur zou houden.

In andere landen zag men de altijd groene bogen als verwijzing naar alle planten die weer groen zouden worden als de zonnegod weer sterker werd en de zomer weer terug zou komen.
De oude Egyptenaaren aanbaden de god Ra. Op de solstice (zonnewende=korste dag), als Ra begint te herstellen van zijn ziekte, versierden de Egyptenaren hun huizen met groene palm-bladeren die voor hen het symbool zijn voor de zege van leven over de dood.
De eerste Romeinen versierden vanwege de solstice hun huizen en tempels met altijdgroene bogen.

In Noord Europa waren het de mysterieuse Druïden, de priesters van de Kelten, die hun tempels versierden met altijd groenblijvende bogen, als symbool voor het eeuwige leven. De onverschrokken Vikings in Scandinavie daarentegen dachten dat groenblijvende planten de speciale planten waren van Balder, hun zonnegod.

In tegenstelling tot de meeste bomen en struiken, die elke winter lijken ‘dood te gaan’, verliezen altijdgroene struiken en bomen hun bladeren niet, en blijven ze in de winter dus ‘leven’. Daarom dacht men dat zij geluk en gezondheid brachten. En dus werden altijdgroene bomen zoals dennen, pinebomen, sparren, taxus, evenals hulst, klimop, laurier, en rosemarijn, allemaal gebruikt, om de onderkomens daarmee te versieren om deze te beschermen en de bewoners gezondheid en voorspoed te brengen(in landen zoals Egypte, werden bijvoorbeeld verse groene palmbladeren gebruikt).

Kransen (Wreaths), symbolen van het Wiel van de Tijd, werden ook gevlochten van takken van deze planten. Hier komt dus onze huidige Kerstkrans vandaan.
De Kransen en de Bogen werden getooid met natuurlijke ornamenten, zoals pineapples, bessen, en ander fruit, maar ook met symbolen gewijd aan de goden en godinnen.

 

 

Hulst en Mistletoo:
De hulst, gewijd aan de Hulst Koning, werd beschouwd als bijzonder geluk brengend, en men dacht dat als deze buiten rondom een onderkomen werd geplant, dat dit bescherming tegen onweer, blikseminslag en ander kwaad zou bieden.
In een speciale ceremonie, gehouden gedurende de tijd van de Yule rituëlen, verzamelden de Keltische Druïden an t-uil-íoc (“All-Heal=Alles Genezend”), de mistletoe die was gewijd aan de Eik Koning.
Mistletoe is een plant die als een soort parasiet in andere bomen groeit en hij heeft geen wortels in/naar de grond. Hierom dacht men dat hij van goddelijke oorspong was en/of gemaakt was door de bliksem. Hoewel algemeen verondersteld wordt dat de mistletoe alleen op eiken groeit, is dat maar zelden zo, meestal vindt je hem op appelbomen en andere fruitbomen.

Daardoor werd een eik waarop mistletoe groeide ook beschouwd als een heilige eik, en daarom werd die mistletoe dan ook als zeer speciaal beschouwd.
Op de zesde dag van de maan, leidde de Archdruïd (Hoofddruïde) een processie van Druïden het woud in, op een zoektocht naar op eik groeiende mistletoe. Hulst

Als ze deze gevonden hadden, dan klom hij in de eik en sneed met een gouden athame (smalle, ceremoniële sikkel), de mistletoe van de takken. Om te voorkomen dat de kracht van de mistletoe terug zou vloeien naar de aarde, mocht de mistletoe niet de grond raken. Daarom werd het opgevangen in witte linnen lakens.

Na terugkeer van deze processie, en in weerwil van het feit dat de mistletoe behoorlijk giftig is en hallucinaties, braken, hartaanvallen en zelfs de dood kan veroorzaken, werd het dan door de druïden bereid voor het genezen van diverse kwalen, en ook werd het bij verschillende rituëlen gebruik. Het kleverige sap van de witte mistletoe-bessen werd beschouwd als het zaad van de goden. Net als bij de Hulst, werd van mistletoe aangenomen dat het beschermde tegen onweer, blikseminslag en ander kwaad. Vaak was er door de vervoering tijdens zo’n processie meer mistletoe geoogst dan er nodig was, de overtollige mistletoe werd dan verdeeld onder de plaatselijke bevolking, die het dan in deuropeningen ophing om hun onderkomens te beschermen.

Het was tevens heel lang een symbool van vrede, en de traditie eiste dat vijanden die er onderdoor liepen/gingen hun wapens moesten afleggen.
De kus onder een tak mistletoe (vaak zichtbaar voor iedereen) was zowel een belofte aan elkaar, als een vraag aan de goden voor een levenslange partnersMistletoechap.

Tevens was de kus onder een tak mistletoe een vraag aan de goden om vruchtbaarheid. Het gebruik van het kussen onder de mistletoe bestaat nog steeds, alleen wordt de betekenis vaak anders gezien.
Tegenwoordig wordt het staan onder een Mistletoe gezien als een vrijbrief om een kus te ‘stelen’, die verder tot niets verplicht, wat eigenlijk een waardeverlies is voor de eeuwenoude traditie. Hopelijk krijgt het weer de betekenis terug van vragen om- en beloven van een levenslang en gelukkig partnerschap.

 

De boom en de verlichting en versiering in de boom:
We hebben het al gehad over het kappen en naar huis brengen van de boom.
Dat was dus eerst voor het brandend houden van het vuur, maar later veranderde de functie van de boom. Duitsland wordt gezien als het land dat startte met de Kerstboom-traditie zoals we die nu kennen. Vermoedelijk is ooit begonnen met een mooie tak van de Yulelog die men als eerbetoon aan het Yule-log versierde en een mooie plaats in huis gaf, misschien wel om dat er niet genoeg bomen waren om te kappen. En misschien waren er alleen maar kale stronken en misten de mensen het groen, zover dus het vermoedelijke ‘waarom’. Het ‘waar’ en ‘wanneer’ weten we niet.

We weten wel dat in de 16e eeuw toegewijde Christenen versierde bomen in hun huizen zetten. Sommige bouwden Kerstpiramides van sprokkelhout als brandhout schaars was en tooiden deze dan met groenblijvende takken. Het werd wijd verspreid aangenomen dat Martin Luther, de 16e-eeuwse Protestante hervormer, de eerste was die brandende kaarsen aan een boom toevoegde. Het verhaal gaat dat hij, terwijl hij op een winteravond terug naar huis liep en ondertussen probeerde een sermoen (Christelijk vers) te componeren, hij vol ontzag door de takken van altijd groen blijvende bomen de stralende pracht van de sterren ontdekte. Om thuis dat schitterende beeld te kunnen weergeven, zetten hij een sparreboom (tannenbaum) rechtop in de huiskamer en vulde de takken met brandende kaarsen.

Het is natuurlijk een perfecte legitimatie voor kerkelijke mensen om een Kerstboom in huis te mogen hebben. Maar waarschijnlijker is dat het begonnen is met het hebben van brandende kaarsen in die sierboom of siertak, die uit gebrek aan een echte grote boom in huis werd neergezet. Omdat die Sierboom niet brandde (geen geesten verjoeg) en dus ook geen gelukbrengende vonken gaf, heeft men dat vermoedelijk via brandende kaarsen willen symboliseren.

De meeste 19e eeuwse Amerikanen vonden Kerstbomen een raar verschijnsel. De eerste aantekening van een tentoongestelde Kerstboom was in de jaren 1830 door Duitse emigranten in Pennsylvanië, terwijl de bomen daarvoor al jaren een traditie waren in de kamers van de huizen van de Duitsers. Duitse nederzettingen in Pennsylvanië hadden in 1747 al een gemeenschappelijke Kerstboom. Maar zeker tot in de jaren 1840 werden Kerstbomen door de meeste Amerikanen gezien als een heidens symbool en werden ze daarom door hen niet geaccepteerd.
Door de invloed van Duitse en Ierse immigrantes werd die sterke puriteinse afwijzing ondermijnd.

Toen dan ook in 1846, het populaire koninklijke paar, Koningin Victoria en haar Duitse echtgenoot Prins Albert, samen met hun kinderen, in de “Illustrated London News” werden afgebeeld, gezamenlijk staande rond een Kerstboom, werd de Kerstboom een mode verschijnsel en niet alleen in Groot Brittannië en Europa, maar ook bij de zeer mode bewuste Society aan de Amerikaanse Oostkust. De Kerstboom werd een vast onderdeel van de Kersttradities aan de oostkust van Amerika.

Queen Victoria, Prince Albert and Children around a ChristmastreeBoomversiering:
In de jaren 1890 werden de eerste Kerst Ornamenten vanuit Duitsland naar Amerika geïmporteerd en de populairiteit van de Kerstboom verspreidde zich door de gehele U.S.A. Het verschil tussen Europa en Amerika was, dat de Europeanen kleine bomen gebruikten van ongeveer 120 cm hoog, terwijl de Amerikanen graag Kerstbomen hadden die van vloer tot plafond reikten en ook dat de Amerikanen weer een speciale gebeurtenis maakten van het kappen en thuisbrengen van de boom.

In de beginjaren van de 20e eeuw versierden de meeste Noord-Amerikanen (USA en Canada) hun Kerstbomen hoofdzakelijk met zelfgemaakte ornamenten, terwijl de Amerikanen van Duitse oorsprong doorgingen met het versieren met appels, noten, en marsepeinen lekkers. Popcorn in de boom kwam in zwang toen het in heldere eetbare kleuren geverfd kon worden en werd gebruikt naast bessen en noten.

De uitvinding en ontwikkeling van elektriciteit bracht elektrische kerstlampjes, waardoor het mogelijk werd dat Kerstbomen dagenlang verlicht konden zijn, zonder bewaking en verzorging. Hierdoor was het mogelijk om Kerstbomen op de pleinen en markten in de plaatsen te hebben, en dat gebeurde dan ook steeds meer. En een Kerstboom in huis staan hebben werd een Noord-Amerikaanse traditie.

Rockefeller Center Christmas Tree.
Queen Victoria, Prince Albert and Children around a ChristmastreeEen van de eerste echt grote Kerstbomen stond bij het Rockefeller Center in New York City. Het was tijdens de jaren van de grote financiële depressie De eenvoudige kleine onversierde boom werd in 1931 door de bouwers van de constructie van het gebouw, midden in deze constructie geplaatst. Zo hadden zij, ondanks het feit dat ze tijdens de Kerstdagen door moesten werken, toch nog een beetje Kerstfeest.

Twee jaren later werdt er weer een Kerstboom geplaatst, maar deze maal was hij verlicht.
De grootste Kerstboom die ooit bij het Rockefeller Center neergezet werd was een Noorse Spar die uit Killingworth, Connecticut kwam. Deze Kerstboom stond er in 1948 en was 100 feet hoog (ruim 30 meter!).
Tegenwoordig is de grote Rockefeller Center Kerstboom getooid met meer als 25.000 Christmas lights.
The Rockefeller Center tree staat bij het Rockefeller Center, aan de westzijde van Fifth Avenue tussen de 47e en de 51e Straten in New York City.

Andere versieringen als de boom, de hulst en de mistletoe en kaarsen en de krans.

De andere versieringen, hebben verschillende oorsprongen en of betekenissen.

  • Kerstklokken in allerlei vormen kwamen als versiering om te duiden op de oproep tot de Kerst-mis en tot christelijke naastenliefde.
  • De Ster en de Kerstengel in de top van de boom, en andere Engelen in de boom verwijzen ook naar het Kerstverhaal van de geboorte van Jezus, evenals de Kerst-stallen.
  • De Kerstballen verwijzen terug naar de appelen die in de boom gehangen werden. Of ze verwijzen naar de kegels van een spar.
  • Strikken kwamen als versiering toen iemand een keer iets met een lint in de Kerstboom hing en de strik in het lint zo mooi vond staan.
  • Slingers zijn afgeleid van linten van losgeraakte strikken.Kravlnisser
  • Deense huizen worden vaak versierd met Kravlenisser (klimmende Nisse/Gnooms), die uit hardboard geknipt worden of men heeft Nisse die aan schilderijen en boekenplanken bevestigd kunnen worden.
    Deze unieke Deense traditie startte in het begin van de 20e eeuw.
  • Julehjerter en blikken Yule harten zijn handgemaakte decoraties die in de Kerstboom gehangen worden.
    Kinderen zowel als oudere leden van de familie maakten de harten van glimmend papier in vele kleuren.

Xmas house decorationIn vele gezinnen werden ook papieren sneeuwkristallen geknipt (Zie: Papieren Sneeuwkristal knippen en 3-D sneeuwkristal knippen), om in de Kerstboom of voor de ramen te hangen.

Nog meer wintersymbolen waren de ijsberen, de ijspegels, de sneeuwmannen en zelfs pinquins. Ze werden eerst gemaakt om in de boom te hangen, later kwamen er ook grotere uitvoeringen die je ergens neer kon zetten .

En natuurlijk waren de Kerstman, zijn Slee en de Rendieren en minicadeautjes erg gewild
Hoe mooier de decoratie, hoe meer men de neiging heeft om die aan anderen te willen tonen.
En zo kwam er ook decoratie voor buiten het huis.

 

 De Kerstman – de traditie en de figuur:

Santa Claus:
Zijn namen:
Santa Claus en Nick St Nick, Nicholas, Nicholas St Nicholas en Nikolaus zijn afgeleid van Sint Nikolaas. Kriss Kringle komt van Kristkindle, De namen Father Christmas, Pére Noël, pappa Noël en der Weihnachtsmann zijn afgeleid van de gelijknamige figuren die gebaseerd zijn op de Yule man en die de Spirit van Christmas voorstellen. (Zie de pagina over de geschiedenis van de Kerstman). Christoffel Christmas komt van en vermenging van de namen van Father Christmas, Kriss Kringle en Sint Christoffel de beschermheilige van reizende.

LET WEL!: Vroeger werd Sint Nicolaas ook de beschermheilige van reizende genoemd, dus een koppeling met de naam Christoffer lag snel voor de hand.
In Denemarken, wordt Santa Claus ook de Julemanden (letterlijk “de Yule Man”) genoemd en wordt hij geacht in een door een Rendier getrokken slee te komen, met presentjes voor de kinderen. Hij wordt geholpen door zijn Yuletide groep van Gnooms, ook wel julenisser (of simpel nisser) genoemd, die volgens traditionele overlevering wonen op onze zolders, in onze schuren of andere verborgen plekken.

De namen Vadertje Tijd en Vadertje Vorst worden abusievelijk ook wel gebruikt, maar dit zijn toch echt andere figuren met een heel andere functie. Het klopt dat het in Rusland Vadertje Vorst is, die rond Kerst cadeaus brengt, maar er is geen één Sprookje of Sage of Mythologisch verhaal, waarin Vadertje Vorst iets anders is als een vriendelijke Koning Winter, en zo is er ook geen één sprookje, sage of Mythologisch verhaal waarin Vadertje Tijd iets anders is als de bewaker van de tijd, tenzij het om die uitzondering gaat waar hij soms als de dood gezien wordt.

Zijn uiterlijk:
Het uiterlijk en bepaalde gebruiken van Santa Claus zijn grotendeels gebaseerd op de Julenisse, een Scandinavische Gnoomsoort, die kinderen geschenken brengt op het feest midden in de winter, de “Midtvintersblot” of “Jol”. Deze Julenisses zijn een Kabouterras. In het Engels heten Kabouters Gnooms/Gnomes of Leprechaun. Natuurlijk heeft Santa de uiterlijkheden van Father Christmas, Père Noël en de Weihnachtsmann overgenomen. Veel van het uiterlijk van deze drie was echter afgeleid van de kleding van de Nisse, zoals de baard en snor, de muts, de laarzen en de Scandinavische kleding met brede riem.

Dus dat heeft Santa via hen toch ook van de Nisse, maar wel hadden Father Christmas, Père Noël, der Weihnachtsmann daar dingen aan toe gevoegd, zoals bv het bont (vaak licht bruin, heel soms wit) aan hun jas, muts en laarzen, de lange bontgevoerde mantel (lichtbruin bont) met capuchon (tegenwoordig vaak een korte schoudercape), en op hun muts het Elfen-Sierraad (magisch juweel met sneeuwkristal) en/of Hulst of Mistletoe. Rechtstreeks van de Julenisse (of Nisse), heeft Santa Claus de gedrongen, ietwat gezette bouw, de witte baard en snor, de muts overgenomen. Father Christmas bijvoorbeeld was voor die tijd vaak lang en slank.. Ook het neerzetten van koekjes en melk op Kerstavond stamt af van het gebruik om brood, pap en melk voor de Kabouters neer te zetten.

Er wordt wel gezegd dat de Kerstman de rode kleur van zijn kleding van Sint Nicolaas heeft overgenomen, maar daar is geen bewijs voor. Er is eerder bewijs voor het tegendeel, namelijk dat Sint Nicolaas helemaal niets met die kleur van doen heeft. Want Sint Nicolaas was al lang bekend in Amerika, (kijk maar naar de naam van Santa Claus), voordat Santa Claus rode kleding ging dragen. Als de kleur op het rood van Sint Nicolaas gebaseeerd zou zijn, had men hem direct al rode kleding gegeven. Maar de eerste Santa’s droegen vaak nog groene en/of bruine kleding (Dat waren overigens ook Nisse kleuren)

Veel waarschijnlijker is het dan ook dat het rood van Santa’s kleding terug gaat op het rood van de feest-kleding van veel Kabouter-rassen en op het rood van de Jule kleuren. Ook Thomas Nast die mede aan de basis stond van het rode in Santa’s kostuum heeft dat vermoedelijk afgekeken van de kleding van de Duitse Gnooms uit de sprookjes uit zijn jeugd.MerryOldSanta kleur

Op 1 January 1881, publiceerde Harper’s Weekly de meest bekend geworden Santa-afbeelding van Nast, compleet met een dikke buik, een arm vol speelgoed en pijp rokend! In een herdruk was de afbeelding ingekleurd en droeg Santa een rood kostuum afgezet met wit bont. Deze afbeelding van Santa in zijn rood witte kleren, was tussen 1900 en 1930 bij meerdere artisten het populairste voorbeeld voor de door hen getekende Santa’s.

En natuurlijk heeft Coca Cola flink aan het inburgeren van de rood/witte kleur bijgedragen, door vanaf December 1930 een in het rood/wit geklede Santa in hun December-reclame uitingen te gebruiken. Dat paste namelijk heel goed bij het rood en wit van hun firma kleuren. Het is echter een wijd verbreid misverstand dat Coca Cola de bedenkers van Santa Claus en zijn kleuren zouden zijn, en dat zij daardoor de rechten op Santa Claus zouden hebben.

De firma heeft uit commerciële belangen dit misverstand zeer lang laten bestaan. Het is nog maar sinds kort dat zij op hun eigen site toegeven dat zowel Santa als zijn rode kostuum al lang bestonden voordat zij hem in hun reclame gingen gebruiken. Laat het nu dus voor eens en altijd duidelijk zijn, Santa en zijn rode kostuum zijn niet uitgevonden door Coca Cola en ze zijn ook niet het eigendom van die firma.

Het brengen van geschenken:
De Yule-man bracht geen geschenken voor de kinderen. De Yule-man kreeg eten en drinken in de hoop dat hij er voor zou zorgen dat het een goed voorjaar en zomer zou worden, met goede oogsten en veelgeboren jongvee.
En toen kwam Sint Nicolaas, waarvan de legenden vertelden dat hij vaak kinderen hielp, bv door geld voor een bruidschat door een raam naar binnen te gooien. Maar bij die eerste eeuwen van de Sinterklaas verering was nog geen sprake van een jaarlijks bezoek, laat staan van het jaarlijks geven van geschenken.

Pas toen in de 14 eeuw de Sint Nicolaas viering aan het ’Onnozele Kinderen Feest” werd gekoppeld (Kinderbisschopdag), onstond er stap voor stap een traditie van kleine geschenken voor kinderen (Het begin was kleine beloningen voor kloosterschoolleerlingen die goed hun best hadden gedaan.) Toen deze traditie in bijna heel Europa vaste voet gekregen had, waarbij Sint Nikolaas in de verschillende landen ook verschillende begeleiders/helpers had (behalve in Nederland want daar kwam Sint Nicolaas zonder begeleider/helper), werd door de Reformatie overal de Sinterklaas viering verboden.

Dit was de tijd waarop Father Christmas, Père Noël en der Weihnachtsmann naar voren traden. Maar ook zij brachten in de eerste eeuwen van hun bestaan nog geen geschenken. Father Christmas en der Weihnachtsmann brachten de ‘Christmas Spirit’ en Père Noël kwam de stoute kinderen bestraffen. Alle drie deze Figuren, die eigenlijk toch een-en-dezelfde waren, waren wat uiterlijk en/of kleding aanging, sterk gebaseerd op de Scandinavische vorm van de Yuleman en op die van de Scandinavische Nisses. Aan het eind van de Reformatie werd der Weihnachtsmann bij zijn bezoek vergezeld door het Kristkind (Kristkindle, meestal afgebeeld als een engeltje), en dat Kristkind bracht (namens Christus) wel geschenken bij de lieve kinderen. Dit omdat de kinderen het krijgen van geschenken in december wel erg misten.

Weihnachtsman mit GeschenkeToen in het begin van de 19e eeuw in Amerika de Kerstman (Santa Claus) naar voren kwam, kreeg deze in het begin de naam van de Nederlandse Sinterklaas (Sankte Claus en Sankt a Claus) en een uiterlijk samengesteld uit een gepensioneerde Nederlandse zeeman en een Scandinavische Nisse.
Door de Weihnachtmann verhalen van Duitse immigranten en de Kerstgebruiken van Duitse en Scandinavisie immigranten begon de Kerstman (of Santa Claus zoals hij ging heten) langzamerhand meer op een ouder mens te lijken en kreeg zijn kleding steeds meer het uiterlijk van Nisse kleding. En de combinatie van Sint Nicolaas en het Kristkind die geschenken brachten, waren er verantwoordelijk voor dat ook Santa (Claus) geschenken bracht aan de kinderen.

Net als Sinterklaas bracht Santa de lieve kinderen speelgoed en lekkers en kregen stoute kinderen niets, of iets minder leuks, zoals stukken steenkool waar je vieze handen van kreeg.
Het op Kerstavond neerzetten van koekjes en melk voor Santa stamt af van het over heel Europa verspreide gebruik om brood, pap en melk voor de Huis-Gnooms/Nisse/Kabouters neer te zetten.

Het komen door de schoorsteen en de geschenken in de sokken of onder de Kerstboom:

Zoals reeds vertelt is, nam het haardvuur en/of de Haard een belangrijke plaats in bij het Yule-feest. Als men dan gezamenlijk rond dat haardvuur zat, zou je gaven (zegeningen) ook uit de richting van dat haardvuur verwachten (denk maar aan het idée dat men had over de vonken van het Yule-log).

Als de gaven dus uit de richting van de haard/het vuur moest komen, dan moest het dus eerst van buiten door de schoorsteen naar binnen komen. En dan wilde je daar dus ook iets hebben om die gaven in op te vangen, dus hing men sokken (stockings) bij het haardvuur of aan de schoorsteenmantel. Bij Sint Nicolaas waren/zijn dat dus de schoenen die gezet werden, voor het waarom dat men in Amerika sokken is gaan gebruiken hebben wij geen vastgelegde reden kunnen vinden.Christmas stockings

Er is een verhaal dit zegt dat Sinterklaas dit gebruik uit Bari (Italië) heeft meegenomen, waar een soort grootmoeder figuur geschenken in sokken deed. Maar dat lijkt toch wel erg onwaarschijnlijk, omdat er bij Sint Nikolaas nooit sprake is geweest van geschenken in sokken, maar altijd van geschenken in schoenen (zelfs dus al in de 15e eeuw). Dus waarom zogenaamd een gebruik met sokken meenemen uit Italië, maar het dan eeuwen lang niet met sokken doen, en het dan opeens in Amerika wel met sokken doen terwijl hij het in Europa de geschenken nog steeds in schoenen doet. Veel waarschijnlijker is de veronderstelling van J.W. Koning dat het een praktische oorsprong had. Santa zou zelf met deze traditie begonnen zijn, doordat hij sommige kinderen met Kerst lekkere warme nieuwe wintersokken gaf met een briefje er aan met de naam van het kind erop.

Ook stopte hij dan meteen maar de geschenken in die sok of legde ze bij die sok neer. Kinderen waar hij dat bij gedaan had, legden het jaar daarop zelf hun droge sokken klaar of hingen de sokken bij de haard te drogen als ze nat waren. Andere kinderen die dit hoorden gingen het dan ook doen, en zo zou dan de traditie van het sokken bij de haard hangen onstaan zijn.

En waarom dan geschenken onder de Kerstboom? Dat komt vermoedelijk door de gedachte dat de geschenken ontstaan zijn uit de zegeningen van de vonken van het Yule-log. De Kerstboom met zijn lichtjes symboliseert dan het Yulelog met zijn vonken.
Het melk en de koekjes voor Santa:
Omdat sommige mensen dachten dat Santa zelf een Elf of een Gnoom was, zetten ze de traditionele geschenken voor een Gnoom voor Santa neer.
Santa lust best een koekje en ook wel melk (of chocolademelk), maar het meeste neemt hij mee naar de Gnooms die er echt gek op zijn.
Santa moet van mrs Claus om zijn gewicht denken, dus zelf zal hij zelden meer als 1 koekje nemen.

De andere figuren:

De Elven, Kabouters, Kobolds, Hobgoblins en Dwergen
(Alvs, Gnooms, Cobolds, Hobgoblins and Dwarfs)
Verschillende Elfen , Kabouters, Kobolds, Hobgoblins of Dwergen worden in verband gebracht met de Kerstman en het Kerstfeest, dan wel met het Joelfeest.
Het onderscheid tussen deze wezens is de mens niet altijd duidelijk. De natuurgeesten (Vaettir) zijn onder te verdelen in volken, waaronder de Elfen, de Feeën, de Dwergen, de Gnooms (kabouters, nisses en leprechauns), de Kobolden, de Reuzen en zelfs de Asen (goden). In vertalingen wordt soms voor het ene volk de naam van een ander volk gebruikt en door volksverhuizingen kregen de wezens soms de eigenschappen van wezens uit andere streken toegedacht.

Zo begonnen in de Vikingtijd de verhalen over de eigenschappen van de Franse Feeën en Scandinavische Dwergen en Elfen zich te mengen. In de dertiende eeuw begonnen de Vaettir te krimpen en een Elf van menselijke grootte kromp ineen tot een kniehoge Nisse of Kabouter. Door de films over de “De Lord of the Ring” weten we tegenwoordig weer dat de meeste Elfen menselijke grootte hebben en dat een Nisse, een Gnoom of een Kabouter toch iets anders is als een Elf. Let Wel!! Er zijn ook Elf rassen met een kleine lengte, zoals bijvoorbeeld het vliegende Elfje Tinkerbell uit het verhaal over Peter Pan.

Maar hoe kom je nu te weten door welke van deze volken de Kerstman geholpen wordt?
Daarvoor gaan we eerst kijken naar de eigenschappen en het uiterlijk van deze mythologische volken en naar hun vaardigheden en hun onderlinge verschillen.
En daarna gaan we ze vergelijken met de info die we hebben over Santa’s helpers.

De Myhologische Volken:

Feeën:
Een Fee is een vrouwelijke mythologische figuur die bovennatuurlijke krachten bezit, voornamelijk voorkomend in de Keltische mythologie. De moderne uitbeelding van Feeën in kinderverhalen vertegenwoordigt een ‘gekuiste versie’ van een eens ernstige en zelfs sinistere folkloristische traditie. De Feeën van het verleden werden gevreesd als gevaarlijke en machtige wezens, die soms vriendelijk waren voor mensen, maar ook ook wreed of boosaardig konden zijn.
In de middeleeuwen werden Feeën ook voorgesteld als volwassen vrouwen in dure gewaden met een simpele toverstok waarmee ze verschillende dingen kunnen doen zoals voorwerpen beheersen en laten zweven, voorwerpen tevoorschijn toveren en spreuken uitspreken. Ook kunnen Feeën levenloze dingen tot leven wekken, zoals in het verhaal over Pinokkio.

Een Fee wordt ook vaak voorgesteld als kleine, mooie wezentjes met doorzichtige vleugeltjes en een lichtgekleurd gewaad, dat komt omdat Feeën hun grootte naar behoeven kunnen aanpassen, in hun kleinere verschijningsvormen hebben ze vleugels (en worden soms voor vlinders aangezien) en in hun grotere verschijningsvormen hebben ze geen vleugels. Feeën halen hun magië uit de lucht, daarom kunnen ze ook zonder vleugels vliegen.
Er wordt gesteld dat Feeën in een sprookjeswereld wonen (mogelijk afgeleid van de Keltische Annwfyn en Tír na nÓg), maar daarnaast ook in relatie met de mens leven. Ze kunnen mensen meenemen naar hun sprookjeswereld, waar,vandaan deze niet terug kunnen keren zolang ze daar eten en drinken.

Meestal worden ze niet gezien als gevaarlijk, maar in sommige verhalen komen Feeën voor die dodelijk kunnen zijn, met name als mensen verliefd op ze worden.
Een Fee

Nimfen:
Een Nimf (Oudgrieks: νύμφη: bruid, gesluierd) is een wezen die in de natuur leeft, en vaak gebonden is aan een bepaalde plek of plantensoort.
De Nimfen worden onderscheiden naar de verschillende delen van de natuur, waarin zij leven en werken en wel in:
Hydriaden:
De Nimfen van de wateren of hydriaden, zijn in het bijzonder de Nimfen van die wateren, welke op de aarde worden aangetroffen, de zeeën (Zeenimfen), de meren , rivieren en beken (Waternimfen, soms ook syrenen genoemd) en de bronnen (Bronnimfen).

Zij zijn de weldadige voedsters van de planten, aan wie zij verschaffen, wat deze nodig hebben om te leven. Door middel van de planten voeden zij ook de kuddes de visen en zodoende ook de mensen. In verscheidene legenden wordt verhaald, dat kinderen van de goden aan hen werden toevertrouwd voor hun opvoeding (bijvoorbeeld Dionysos).

Oreaden:
De oreaden zijn de Nimfen van de bergen, maar worden soms ook gezien als de beschermsters van de gehele berg, waartoe ook de Nimfen van de dalen en kloven (Napaea) worden gerekend.

Dryaden of Hamadryaden:
De dryaden zijn Bosnimfen. Sommige Dryaden (in ieder geval de hamadryaden) leven in de bomen zelf sterft hun boom, dan sterven zij. Andere Dryaden leven in symbiose met hun boom, zij hebben de meeste tijd een minofmeer menselijke gestalte (meisje/jonge vrouw) Bij vollemaan moet zij hun boomvorm aannemen om via hun wortels hun magische levenskracht op peil te houden.

Zonder dit ’oplaad’ ritueel zouden ze binnen een maand sterven.. Een dryade straft diegenen die schade aan haar boom aanrichten. Deze Nimfen worden vooral ingedeeld op boomsoort. Zo zijn de hamadryaden de beschermsters van de eik. De meliae zijn de beschermvrouwen van de es. De epimeliaden zijn de Nimfen van de fruitbomen De alseïden waren de Nimfen van kleine groepjes van bomen in het algemeen Sommige daphniaden beschermen de laurier, anderen leggen zich toe op andere, zeldzamere boomsoorten.

waternimfDe Nimf is een bevallig meisje, dat in de godsdienstige voorstellingen van de Grieken, een personificatie was van het leven en de rusteloze werkzaamheid, die er heerst in de natuur. De werkkring van Nimfen strekt zich dan ook over de ganse natuur uit. Zij kan zich openbaren in het ruisen van de bronnen en beken, zowel als in het ontkiemende plantenleven, in het bos en op veld en weide. Ze is een tedere, liefelijke jonkvrouw, die, al is zij over het algemeen vriendelijk gezind jegens de mensen, toch geen behagen schept in de nabijheid van menselijke woningen en van de gedruis makende dagelijkse bezigheden van dezen, maar zich schuw terugtrekt in de eenzaamheid van het woud en van het gebergte, die tot stil gepeins en zoete dromerij uitlokt.

Daar leeft zij een vrolijk, gezellig leven in grotten en bergkloven, die zij bewoont.
Nu eens wijdt zij zich aan de een of andere nuttige werkzaamheid, dan weer voert zij samen met andere Nimfen bevallige maar
uitputtende en mensen betoverende reidansen uit en zingt vrolijke, lustige liederen, of duikt met haar tedere ledematen onder in het parelende schuim van de eenzame bronnen en beken. Zij hebben zij de gave van de voorspelling en en ook zijn zij vriendinnen van de zang- en de dichtkunst, zoals dit in het bijzonder het geval is met de Muzen, die oorspronkelijk niets anders zijn als Bronnimfen.
Zij halen hun magie rechtstreeks (Bergnimf en Waternimf) of via hun bomen (Bosnimf) uit het water en de aarde.

 

 

Elfen:

Elfen worden soms ook wel Alvermannen genoemd. In het OudScandinavisch (oud noords) worden ze álfr (Alven) genoemd.Een Elf of Alv is een mythisch wezen uit de Scandinavische, de Keltische en de Germaanse mythologie en wordt ook in de Europese folklore beschouwd als een licht- of natuurgeest (beschermgeest) met bovennatuurlijke krachten. Ze zijn het oudste mythologische volk (zelfs ouder als de Asen (scandinavische goden). Daarom worden ze ook vaak “de Eersten” genoemd. Ze zijn in de meeste dingen veel bedrevener dan mensen, machtig en wijs.

Licht ElfIn de boeken van J.R.R. Tolkien zijn Elfen, de Oudere Kinderen van Ilúvatar, op mensen gelijkende wezens die echter nooit zullen sterven door ouderdom maar wel als ze in de strijd vallen of verongelukken. De Elfen spreken overwegend Quenya en Sindarijns.De Scandinavische en de Keltische mythologie kenden twee soorten Elfen/Alven:
– De Lichtelfen, wonen in Alfheim
– De zwarte Elfen, wonen in SvartalfheimLichtelfen (Oudnoors Ljòsálfar) zijn in de Scandinavische mythologie beschreven als Alven, die als lichtgeesten of natuurgeesten in het licht leven. Hun funktie is het om overal het leven op te wekken. Ze zijn mooi en licht en vertegenwoordigen de zichtbare vruchtbaarheid van de natuur.

Ze bestonden al voor er Asen (scandinavische goden) ontstonden, maar zouden later bij hen in dienst treden. De vruchtbaarheidsgod Freyr (functie is Nachtelfvergelijkbaar met de Yuleman) kreeg de leiding over deze wezens. Als enige van de mythology volkeren halen zij hun magië uit alle 4 bestaande elementen. (vuur, lucht, water en aarde)
Svartalfer (zwarte Elfen, wordt meestal vertaald als Nachtelfen) zijn in de Scandinavische mythologie de tegenhangers van de Lichtelfen. Ze zien er uit als mensen, maar zijn zo zwart als de nacht.
De Svartalfer worden vaak verward met de Dwergen, en hun rijk met het rijk van de Dwergen, Nidavellir. Toch zijn er duidelijke verschillen.

Zo zijn Dwergen – in tegenstelling tot Nachtelfen – over het algemeen goedaardig. In de Engelse en Europeesche folklore werden Nachtelfen “Goblins” genoemd, wat vertaald wordt als Aardman, Ork en Ogre. Deze Orken zijn vaak dom en achterbaks en stiekem en hebben niets van de vaardigheden van de Lichtelfen.
Naar we nu weten zijn er ook bij deze twee soorten weer onderverdelingen ontstaan;

Lichtelfen (Oudnoors Ljòsálfar)

  • De Eledhel
    (de Elfen van het licht)
    wonen in Alfheim.
  • De Taredhel
    (de clans van de zeven sterren),
    Het is ons onbekend waar deze gebeleven zijn, ruimte reizigers misschien?
    Een andere mening is dat ze zich hebben verspreid over de 7 werelddelen, er is er echter in Europa geen één meer van te vinden.
  • De Ocedhel
    (de Elfen van over de zee)
    Deze zijn dus uit Europa weggetrokken.
    Sommige verhalen spreken van een magisch eiland, andere theoriën zeggen dat de andere werelddelen bedoeld worden.
    En dat het magisch eiland de laatste rustplaats voor alle Lichtelfen is.
  • De Anoredhel
    (de Elfen van de zon – ook wel de Beschermelfen genoemd)
    Dit zijn de Elfen zoals wij die tegenwoordig in de hele wereld kennen.
    Er bestaan vele soorten volken bij de Anoredhel, van heel kleine gevleugelde Elfjes zoals Tinkerbel, tot Elfen nog groter als een mens en zonder vleugels maar die wel kunnen vliegen dankzij het magische vliegpoeder.

De Glamredhel
(de waanzinnige Elfen).
Vermoedelijk nakomelingen van een gemengd huwelijk tussen een Lichtelf en een Svartalfer.
Vanwege hun waanzinnige en agressieve gedrag worden ze tot de Svartalfer gerekend.

De zwarte Elfen, Svartalfer

  • De Moredhel
    (de zwarte Elfen)
    wonen in Svartalfheim.
  • Imp
    (Aardmannetje)
    Stammen dus van de Svartalfer af, maar zijn geen Elfen meer.
    Ze worden ook wel Half-Elfen genoemd.
    Lijken qua lichaamsbouw meer op een grote Gnoom of Dwerg en leven bij voorkeur onder de grond.
    Ze zijn vermoeden nakomelingen van een gemeng huwelijk tussen een SvartAlfer en een Goblin.
    Worden daarom ook wel eens foutief Goblins genoemd
  • Ork of Ogre
    Leven bij voorkeur in moerassige gebieden, Trolls
    Leven bij voorkeur in de bergen of in andere ‘stenige’ gebieden.
    iede rasen zijn vermoedelijk afkomstig van een kruising tussen een SvartAlfer en een Dwerg

 

 

Na de Kerstening van de Vikingen, waarmee ook hun mythologie in de vergetelheid raakte, bleef de Engelse Imp nog bestaan, maar zijn kwaadaardigheid nam af in de loop der tijd, tot hij gewoon een vervelende grapjas werd. Zoals uit de naam Aardmannetjes blijkt, hebben deze Imps er een voorliefde voor om onder de grond of in grotten te leven. De naam Elfen (Nachtelfen) wordt tegen woordig bijna nooit meer gebruikt voor deze Imps. Correcter zou zijn om van Half-Elven te spreken

Eigenschappen/Kenmerken:

Elfen (Licht-elfen dus!) leven, afhankelijk van welke Elfenstam ze zijn, doorgaans in bossen, heuvels, weiden, bloemen, bloesem, aan rivieren en bronnen, maar soms ook ondergronds (zoals grafheuvels).
In tegenstelling tot de soms domme Elfen in sprookjes (vermoedelijk waren dan Goblins of andere aardwezens bedoeld) zijn Elfen slimme en bewonderenswaardige wezens, de lengte varieert van ras naar ras en loopt uiteen van ca 10 cm (zoals Tinkerbel bij Peter Pan) tot iets langer dan een mens. De kleinere rassen hebben meestal vleugels, de grotere rassen nooit.

Een Elf kan zo oud worden dat de mensen menen dat ze onsterfelijk zijn (tenzij ze sterven door ziekte, ongeluk, oorlog of als ze zelf levensmoe zijn).
Ze worden doorgaans afgebeeld als jonge mannen en vrouwen met een haast bovennatuurlijke schoonheid.
Afhankelijk van hun ras hebben ze blond (soms zelfs wit!) haar en een bleke haast doorschijnende huid, of bruin haar en een huiskleur als de mensen in Noord Europa, of zwarthaar en een huidskleur als de mensen rond de Middellandse zee. Maar Tolkien heeft gelijk, de rassen met een grotere lichaamslengte lijken qua lichaamsbouw en uiterlijk erg veel op de mensen, alleen met wat scherper getekende gezichten, puntoren en eigenlijk nooit een lachend gezicht.

Soms lijkt de Elf (of alverman) in verhalen op een Kabouter, Fee of Nimf. In de laatste 2 gevallen heeft de Elf dan ook vleugels. Dat kan want de rassen met een kleinere Lichaamslengte lijken daar ook veel op. Volgens de Germaanse mythologie is de Ondine (Waternimf) zelfs verwant aan zowel de Elfen als aan de Feeën. In de Keltische en Ierse mythologie is de Sídhe bekend. Dit Elfen volk is klein van gestalte en sommige stammen hebben vleugels. De Sídhe houden imposante parades, Elfenparades. De paarden van de Daoine Sidhe-stam zijn beroemd over de hele wereld evenals de Rendieren van de Scandinavische Hulder-Elfen. (Hulder betekend hoeder, herder, beschermer, komt net als de meisjesnaam Hilda van het woord Hulda)

Elfen zijn rechtschapen en bezitten grote wijsheid en buitengewone vaardigheden, zo zijn ze over het algemeen veel getalenteerder dan mensen op het gebied van beeldende kunst, muziek, handvaardigheid en taal en de omgang en opvoeding van dieren. Ook hebben ze een enorme kennis van de plantenwereld. Ze zijn meestal goedaardig en helpen de mens, die zij zien als een jong ras dat nog veel begeleiding nodig heeft.

Goblins:Goblin
In de Engelse folklore werden Nachtelfen “Goblins” genoemd, wat vaak vertaald werdt als aardman en als Ork of Ogre. Helaas is dat fout. Imps en Goblins zijn beide Aardmannetjes, maar waar de Imps, de Trolls en de Ork/Ogres deels afstammen van de Svartalver, doen de Goblins dat niet. Zij zijn een autonoorspronkelijk ras zoals de Elves, de Gnooms enz..

Na de Kerstening van de Vikingen, waarmee ook hun mythologie in de vergetelheid raakte, verdwenen de Nachtelfen vaak ook uit de mythologische verhalen. Net als de Ogre/Ork bleef ook de Engelse Goblin nog wel bestaan. Het Ork/Ogre volk bleef kwaaraardig, misschien door de verwantschap met de Trollen? Maar bij de Aardmannetjes (Goblins) nam de kwaadaardigheid in de loop der tijd af, tot zij gewoon vervelende grapjassen werden. De Goblin haalt het beetje magie dat hij heeft uit de aarde.

Hobgoblins:hobgoblin
Een Hobgoblin is een Kobold-ras uit de Engelse en Schotse mythologie.
Hobgoblins zijn kleine meestal blote harige mannetjes die vreemde karweitjes opknappen in en rond het huis als de familie slaapt. Ze stoffen en strijken en vragen voedsel als beloning. Als men de wezens kleding gaf, verdwenen ze voorgoed. In verhalen wordt verteld dat de wezens dan beledigd zijn, maar in andere verhalen zijn de wezens te trots om te werken als ze kleding dragen.

Sommigen mensen gebruiken de benamingen ‘Goblin’ en ‘Hobgoblin’ door elkaar, waardoor er veel misverstanden zijn onstaan want ze zijn beslist niet hetzelfde.
De Hobgoblins zijn meestal vriendelijk, terwijl Goblins dit zeker niet zijn. Een Hobgoblin lijkt veel op een rustige brownie en een hob, maar zal de omgeving meer plagen. Hobgoblins kunnen van vorm veranderen. Als een Hobgoblin beledigd wordt, verandert hij in een kwelgeest. Ze zijn dan lastig, beangstigend en soms zelfs gevaarlijk. Het is erg lastig om van deze boeman af te komen. Ook zij halen hun magie uit de aarde.

Brownie:Brownie
Een brownie, brounie of urisk is een mythisch wezen. Het wezen wordt ook brùnaidh, ùruisg, of gruagach genoemd (Schots-Gaelisch). Het wezen is bekend in de folklore van Schotland en Engeland (in Engeland vooral in het noorden, hoewel de hob hier meer gebruikelijk is).

Eigenschappen:
Brownies doen klusjes in en rond het huis, maar worden niet graag gezien. Ze wonen in een deel van het huis dat niet in gebruik is. Ze werken ’s nachts in ruil voor voedsel. Ze houden van pap en honing. Als de geschenken een vorm van betaling worden, vertrekken de wezens (omdat ze vinden dat de eigenaren van het huis misbruik van ze maken).
De Brownie heeft overeenkomsten met de Gnoom/Kabouter, de Scandinavische Tomte of Nisse, de Slavische Domovoj en de Duitse Heinzelmännchen. Een Brownie gebruikt magie uit de aarde.

Hobs:Hob
De Hob is een kleine huishoudgeest en komt voor in het noorden en midden van Engeland. Ze leven in of buiten het huis en knappen klusjes op voor de mens. Als de wezens beledigd worden, kunnen ze erg lastig worden. De Hob heeft overeenkomsten met een Brownie, Tomte of Nisse. Een manier om van een Hob af te komen, was het schenken van nieuwe kleding. Er is echter enkele manier om zonder hulp van Elfen van lastigste Hobs af te komen. De Hobs halen hun kleine beetje magie uit de aarde.

Dwergen:
Dwergen zijn mythologische wezens die op verschillende plekken voorkomen.Dwerg
Dwergen zijn kleiner dan mensen en worden vaak beschreven als dik. Ze hebben ook vaak lange baarden. Dwergen staan bekend om hun ambachtskunsten en zijn met name goede smeden. Dwergen wonen in het algemeen bij voorkeur ondergronds en zijn meesters in mijnbouw en metaalbewerking en vechten bij voorkeur met bijlen of strijdhamers. Ze hebben een groot overlevingsvermogen, ze zijn hard, koppig, standvastig in vriendschap en in vijandschap, ze kunnen hard werk, honger en verwondingen beter doorstaan dan andere volkeren. Hun levensduur is lang, veel langer dan dat van mensen, maar ze zijn niet onsterfelijk. Hun magie halen ze uit de aarde en het vuur.

Kobolden:Kobold
Een Kobold is een (vaak kwaadaardige) wezen dat veel op een Kabouter lijkt, een aardmannetje.
Kobolden komen in Duitse en Scandinavische volksverhalen voor. Er zijn verschillende soorten Kobolden, er zijn er die soms de mensen helpen, maar de meeste zullen de mensen alleen maar problemen brengen. Als een kobold magisch vermogen heeft dan haalt hij zijn magie uit de aardmagie

Eigenschappen:
Vaak staat een Kobold voor alles tegengesteld aan de (goede) Elfen, de luchtwezens, en Nimfen (die in water of planten leven) en de Gnooms/Kabouters. De wezens kunnen zich als dier vertonen. Het zijn dieven, ze begeleiden de doden (vooral op Allerzielen). Kobolden gebruiken Elfenfruit om mensen te lokken of dieren in hun macht te krijgen.
Kobolden hebben overeenkomsten in gedrag met andere mythologische wezens. Er zijn soorten die net als Gnooms en Brownies als huisgeesten in gewone huizen kunnen voorkomen en het huis beschermen, als (natuurlijke) beschermgeest, maar er zijn ook soorten die net als Dwergen in de mijnen de ertslagen bewaken.
Het metaal kobalt dankt zijn naam hieraan.

De Kloppers of Knocker zijn meestal vriendelijk voor mijnwerkers, maar zeer kwaadaardig tegen over iedere onbevoegde bezoeker van ‘hun’ mijngangen en holen.
Kobolden hebben met elkaar gemeen dat ze klein en intelligent zijn. Verder beschikken ze uiteraard over magische krachten. Als ze bij grote uitzondering de mens gunstig gezind zijn, kunnen ze voorspoed brengen, maar wie het met de Kobolden aan de stok krijgt, heeft een geduchte tegenstander aan ze.
Soms ruilen Kobolden mensenbaby’s om. De nietsvermoedende ouders voeden zo de (kwaadaardige) Koboldenbaby op als mensenkind, een wisselkind.

Gnooms = Kabouters
Een Gnoom, Kabouter of Leprechaun is een mythologisch wezen. Deze figuur komt voor in talloze sprookjes (en andere volksverhalen) verspreid over de heXmas Gnoomsle wereld.
In Nederland en Vlaanderen zijn ze bekend als Kabouters, in Scandinavië als Nisse, in Groot-Brittannië als Gnomes of Pixies(Piksies), in Duitsland spreekt men van Gnom en in Rusland van Domovoj. Er zijn nog talloze andere benamingen.

Etymologie:
– Gnoom: de term werd voor het eerst gebruikt in de 16e eeuwse, ze werden toen beschreven als een soort ‘aardelementalen’ van ongeveer 40 cm lengte die bijzonder stil waren
– Kabouter: zou afgeleid zijn van het Germaanse woord kuba-walda ‘huisbewaarder’ of van kuba-hulþa ‘het huis welgezinde’, waarbij kuba vermoedelijk komt van het duitse koben (‘stal, schuur’, Engels cove, Zweeds kofve ‘vertrek’, Oostmiddel-nederlands cave ‘hut, huisje’).

Volgens de overlevering zou het gaan om een heel oud volk, dat zowel verwant zou zijn aan de Elfen alsook aan de Dwergen. Afhankelijk van de regio waar ze volgens de folklore voorkomen, verschillen ze van uiterlijk en gedrag en grootte. Bepaalde zaken hebben ze echter gemeen:
– Hun kleine gestalte en hun vermogen zich onzichtbaar te maken of verborgen te houden voor mensen.
– Ze kiezen ervoor in de omgeving van mensen te verkeren en willen – zo wordt verteld, tegen een kleine vergoeding trouw allerlei klusjes doen.
– Bij slechte behandeling kunnen ze zich als plaaggeesten gedragen of de mens een straf opleggen, maar dat doen ze niet gauw, en is ook meer bedoeld dat de mens zich daarna weer goed gaat gedragen.

Als de mens dan zijn best doet om weer een goed mens te zijn, dan wordt zijn straf ook weer opgeheven (Denk maar eens aan het verhaal over Niels Holgerson).De Gnooms/Kabouters worden ook wel Alvermannekes genoemd, die voor de nieuwkomers (mensen) ruimte gemaakt hebben.Xmas Gnome

Daarom verwachten ze ook om met respect behandeld te worden. Hun kleding heeft veel groen en bruin (schutkleuren) en rood (Feestkleur) zij kunnen afhankelijk van tot welke stam ze horen, 15 cm tot 60 cm groot worden. Op tekeningen en schilderijen komen geen Kabouters voor met een bruine of zwarte huidskleur; het betreft daar altijd blanke mannetjes met een vrij rode neus. Dat komt omdat de Europse of Amerikaanse makers van die prenten zelf nog nooit een kabouter met een andere huidskleur gezien hadden. In werkelijkheid hebben kabouters dezelfde huidskleuren als de mensen, dus rood, blank, bruim, zwart en geel. Vaak doet de kledij van de Kabouter enigszins middeleeuws aan.

Kaboutermannen worden meestal afgebeeld met lange, eerbiedwaardige, volle baarden, bolle wangetjes en bolle buikjes. Een Kabouterman draagt vrijwel altijd wollige laarsjes en een brede riem om zijn middel. Kaboutervrouwtjes dragen altijd rokken. Volgens de meeste vertellingen kunnen Kabouters veel ouder worden dan mensen.

Zij halen hun helende magie uit aarde en water (dus ook uit sneeuw!)
Gnooms/Kabouters onderhouden zeer nauwe contacten met mens en dier. Ze zijn de mensen meestal vriendelijk gestemd. Ze verrichten doorgaans allerhande klusjes voor de mensen en vertrouwen dan op de mens voor hun voedselvoorziening. Mensen geloven dat Kabouters hun klusjes beter verrichten als je ze beloont met melk of brood. Bovendien geloven mensen dat Kabouters door melk en brood ‘gelokt’ kunnen worden. Ook wordt bier genoemd

 

Santa’s Helpers:

Uit de eigenschappen en de vaardigheden van Santa’s helpers kan je veel afleiden om door vergelijk met de mythologische volkeren er achter te komen door wie van de bovenstaande volken hij nu eigenlijk geholpen wordt.
Reuzen, vampieren, centauers enz. hebben we niet behandeld omdat het zo wel duidelijk is dat Santa’s helper niet uit die hoek komen.
Feeën leven de meeste tijd in hun eigen sprookjes wereld en zullen echt niet dag na dag op één plek blijven en steeds hetzelfde werk doen. Ook willen die altijd hun eigen baas zijn en liever anderen voor hun karretje spannen, als zelf in dienst van een ander werken.

De Nimfen vinden het op de Noordpool veel te koud.
Imps, Trolls en Orks of Ogres vallen sowieso al af door hun kwaadaardigheid.
Goblins, Hobgoblins en Kobolds zijn te gauw op hun teentjes getrapt, die zouden met veel kinderen al snel ruzie maken en bij Kobolds zou je dan ook nog het risico lopen dat ze in plaats van geschenken te brengen, het kind zouden gaan stelen.
Brownies en Hobs houden van pap en honing en niet van pap en koekjes wat Santa’s helpers dus wel doen.

Dwergen zijn wel harde werkers die niets om de kou geven, maar ze werken liever met steen en ijzer, die zouden dus eerder zwaarden voor de kinderen maken maken als popjes. Ook zijn Dwergen geen echte mensenvrienden, alhoewel ze soms wel voor bepaalde menzen een uitzonderling maken (bv voor Sneeuwwitje)
Dus zo blijven alleen de Elfen en de Gnooms over als mogelijke kandidaten.
De Gnooms hebben de vaardigheden om allerlei mooie dingen te maken en het geduld en het plezier om dat dagen achterelkaar te doen. Ze zouden ook wel de Rendieren kunnen trainen, maar zij missen de kennis van de Elfen over het vliegpoeder, en zij komen niet graag in grote mensenmassa’s omdat ze bang zijn dat ze dan onder de voet gelopen worden.

Elfen kunnen heel goed de Rendieren trainen en ze hebben ook de vaardigheden (lucht magie) om vliegpoeder te maken, maar ze missen het geduld om dag in dag uit aldoor hetzelfde te maken. Wel houden ze er van om nieuwe dingen te bedenken die de Gnooms dan kunen maken of te Nieuwe dingen zien. Dus met Santa overal naar toe gaan zou een kolfje naar hun hand zijn.

Conclussie:
En dan moet je dus concluderen dat hij zowel door Elfen en door Gnooms geholpen wordt. Ook al omdat deze volken allebeide een van de weinige mythologische Volken zijn die graag in de buurt van mensen komen en/of leven, en waarvan ook allang bekend is dat zij mensen vaak helpen (Denk aan House-gnomes, Huis-nisses, Huis- en TuinKabouters enz).
Waarbij wel opgemerkt dient te worden dat de meeste Gnooms die bij de Noordpool wonen en werken, waar ze het speelgoed dat naar de kinderen gaat.maken en verpakken, van een stam zijn waar de Gnooms een grote lengte hebben en een dikker figuur hebben, waardoor zij beter tegen de kou kunnen. En de gnomes die uit een warmer deel van de wereld kwamen, kleden zich gewoon wat warmer.

De Gnooms die verspreid over de wereld Santa helpen en van informatie voorzien zijn meestal van de stammen met kleinere lengte, zoals de Scandinavische Nisse of Tomte. Ook Nederlandse Kabouters, de Vlaamse Alvermannekes, de Duitse Wichtel en Heinzelmanchende, de Franse Lutin, de Spaanse Duende en de Jólasveinar uit IJsland worden op die manier in verband gebracht met de Kerstman.
In Duitsland is er het gebruik dat Wichtels tijdens de Kerstperiode de cadeautjes verzorgen voor de personen die lootjes trekken.

De Rendieren en de Slee:

De slee:

Father Christmas en der Weihnachtsmann verschenen meestal gewoon te voet, later hadden zij soms een pakezel bij zich, Père Noël kwam in het begin op een ezel gereden, later kwam hij te voet en had dan een pakezel bij zich. Ook Sint Nicolaas gebruikte in het begin van zijn loopbaan een ezel als rij- en/of pakdier. Later stapte Sint Nicolaas over op een paard en nog later werd dat het bekende witte paard dat de kinderen “De Schimmel” noemden. En vele jaren later onhulde Sint Nicolaas de echte namen van de witte paarden die hij gebruikt, namelijk “Amerigo” in Nederland en “Goed Weer Vandaag” of soms “Slecht Weer Vandaag” in België.

Er gaat een verhaal dat Sint Nicolaas in Amerika zelfs een keer met paard en wagen verschenen is. Hoogstwaarschijnlijk is dat echter het eerste optreden van de Santa in SleighKerstman als Santa Claus geweest. Santa Claus kwam in het begin namelijk nog uit de Noordelijke wouden en dat was met paard en wagen best te doen. Toen de Hulder-Elfen hem na zijn begin periode gingen helpen, spanden zij als eerste hun Rendieren voor zijn wagen en toen Santa steeds noordelijker ging wonen, op de toendra’s waar de Hulder-Elfen ook woonden, vervingen ze de wagen door een van hun sleeën. Het is namelijk veel gemakkelijker met een slee door de sneeuw en de lucht te glijden, als er met een wagen door te moeten rijden.

Dat was in het begin nog een open slee zoals je die ook ziet achter sledehonden. De 2 sleeën waarmee Santa Claus tegenwoordig zijn Tochten maakt, zijn door de Gnooms speciaal voor hem gemaakt, volgens een special ontwerp van de Elfen.
Doordat de Gnooms vliegpoeder door de verf (en de lak) van de beide sleeën gemengd hebben, kunnen deze sleeën zweven en met de Rendieren als aandrijving dus ook vliegen.

De Rendieren:Santa in slee met 4 Rendieren
Over hoeveel Rendieren Santa Claus heeft, bestond er in het begin veel misverstand, eerst dacht men dat hij er slecht één voor de slee had, later meende men dat het er meer waren, toen variëerde het aantal van 2 tot 12. Het duurde tot circa 1822, voordat men doorkreeg dat hij acht Rendieren voor zijn slee had. En zelfs toen bestond het misverstand dat dat alle Rendieren zouden zijn die Santa heeft.

Santa with Sleigh and 6 ReindeerIn werkelijkheid hebben de Hulder-elfen een heleboel Rendieren kuddes en daarvan hebben ze een kudde van een kleine honderdvijftig stuks van de allerbeste van die eersteklas Rendieren ter beschikking van Santa
staan. En nee, dat zijn geen Rendieren van een vliegend Rendierenras zo als sommigen mensen denken, maar het zijn wel de aller, allerbeste van de eerste klas Rendieren die de Hulder-Elfen fokken en ze worden speciaal getraind om met behulp van vliegpoeder de Slee door de lucht te kunnen trekken.en de Hulder-elfen kiezen daaruit elk jaar de besten om voor de Slee te lopen.

Ze gebruiken daarbij 2 teams en 2 sleeën en nog wat reserve Rendieren. Het is dus ook slechts deze kleine selectie (ca 20 dieren) die in December op de Noordpool gehuisvest worden om daar met de Sleeën te trainen en vandaar op Kerstavond voor hun tochten te vertrekken.

 

De namen van de Rendieren:
Zoals dat in Scandinavië wel meer gebruikelijk is krijgen de Rendieren van de Elfen meestal namen die iets over hun geboorte, hun uiterlijk, hun karakter of hun afstamming zeggen. Een hindekalfje (meisje) dat in een weide vol madeliefjes geboren is zal waarschijnlijk Madelief gaan heten, Wilgje werd onder de wilgen aan de rand van een beekje geboren. Eikeblad is een stierkalfje (jongetje) dat een lichte vlek in de vorm van een eikeblad op zijn voorhoofd heeft. Rainbow is de dochter van Cloud (Stier) en Sunlight (Hinde) en haar naam duidt dus op haar ouders (als de zon op een regenwolk schijnt, krijg je een regenboog), en Rascal had bij zijn geboorte al een erg ondeugende uitkijk.

Dit namensysteem werkt prima, er is altijd wel een passende naam te bedenken voor een pasgeboren kalfje. En Santa en de Elfen weten ook precies hoe alle Rendieren heten.
Toch kleefde er een nadeel aan, had een kind met veel moeite de namen van de Rendieren geleerd die het ene jaar de slee trokken (en vaak kent zo’n kind dan alleen de namen van 1 van de 2 teams) en dan liepen er het jaar daarop andere Rendieren voor de slee, of het kind trof het andere team. Dat gaf dan verwarring, de namen die het kind geleerd had klopten opeens niet meer. Ouders konden ook niet van te voren weten hoe de dieren voor de slee heten zouden en konden hun kinderen dus ook niet helpen.

Santa Claus zat al een tijdje over een oplossing te puzzelen, toen er in 1822 een gedicht verscheen met daarin 8 Rendier namen die heel leuk bij elkaar pasten en daardoor gemakkelijk te leren (en onthouden) zouden zijn voor de kinderen (en hun ouders). “Dat is het”, zei Santa Claus: “We geven in het vervolg de Rendieren die de slee trekken, vaste werknamen en we gaan ze altijd met die namen aanspreken zolang ze ingespannen zijn of op andere manier mee gaan naar de mensen.”
Die werknamen zijn gebaseerd op het gedicht The Night Before Christmas, dat in 1822 verscheen en in 1905 werd verfilmd.

En zo kent iedereen nu de namen van de Rendieren voor de slee:
Het maakt dus niet uit of het het 1e team of het 2e team is, en ook niet hoe de Rendieren heten als ze in de zomer op de toendra’s lopen, zodra Santa met zijn

Rendieren onderweg is, heten ze dus van voor (verste bij de slee vandaan) naar achter (dichtste bij de slee) en van links naar rechts:
Dasher en Dancer, Prancer en Vixen, Comet en Cupid, en Donner en Blitzen (waren in het gedicht Dunder/Donder en Blixem).
Santa with Sleigh and Reindeer on a rooftop

In 1939 kwam er op een tocht nog een negende (erg jong) Rendier bij met de naam Rudolph (eerst heette hij Rudie, wat onstuimig betekent, denk maar aan het Amerikaanse woord Rawdy) maar door het glimmen/gloeien van zijn neus (als hij zich druk maakte, wat meestal zo was of als hij verlegen werd) maakten de andere Rendieren daar al snel Rudie-glow van en Rudglow en toen een paar jongere Rendieren dat wat onduidelijk uitspraken werd het Rudolph en toen Santa zei dat die naam goed bij hem paste is het altijd Rudolph gebleven.

Robert L. May maakte er nog een gedicht over: Rudolph the Red-Nosed Reindeer, en later werd er zelfs een liedje met dezelfde titel over gemaakt (gezongen door Gene Autry). Rudolph is mede door het lied dermate bekend geworden, dat hij geregeld als negende Rendier wordt toegevoegd aan de lijst met namen van het sleeteam.

Het gloeien van Rudolph zijn neus:

Rudolph zijn neus geeft soms een rood licht af. Vroeger was dat bijna altijd zo, maar omdat hij nu weet hoe dat komt, kan hij het zelf beheersen. Dus zie je hem nu ook heel vaak met een gewone zwarte neus, net als de andere Rendieren hebben.
Het verhaal gaat dat toen Rudolf geboren werd, dat dit op een avond met veel Noorderlicht was. Zijn ouders wilden hem daarom ook eerst Noorderlicht of Poolster (Leidster {Navigatie punt} voor vele zeelui) noemen, maar omdat ze toen zagen dat zijn neus zachtjes rood gloeide, beseften ze dat die naam net een scheldnaam zou lijken, daarom werd het toen Rudie, als verwijzing naar zijn onstuimig karakter.
Noorderlicht ontstaat door in de lucht zwevende fluoriserende deeltjes sterrenstof.

Toen Rudolph direct na zijn geboorte onstuimig begon te ademhalen is er per ongeluk nogal wat sterrenpoeder in zijn neus gekomen dat toen in zijn neus Rudolph the Red-nosed Reindeervastgegroeid is en dat een fluoriserende werking heeft. In medische termen heet dat ‘Nasus Rosëus Fluorensiïs (uit gesproken als “NAA-suss ROSEE-ee-us FLU-o-ren-sie-is”, met klemtoon op de hoofdletters). Die aandoening maakt dat zijn neus een helder rood licht geeft wanneer hij opgewonden (of onstuimig) is of wanneer hij erg verlegen wordt of als hij zich erg ongemakkelijk voelt (bijvoorbeeld a
ls hij geplaagd wordt).

Het is precies hetzelfde als bij mensen die blozen als ze verlegen zijn of als ze zich ongemakkelijk voelen. Het doet niet zeer, het kan geen kwaad, dus niets om je zorgen over te maken. En, zoals je weet uit het verhaal over Rudolph, het kan soms erg handig zijn. Zijn oplichtende neus heeft Santa al vaak de weg gewezen door menige sneeuwstorm en mistige nacht.
Santa zegt: “Rudolph is al vaak onze Poolster geweest die ons de weg naar huis toonde”

Mrs Claus:(mrs spreek je uit als: Misses = mevrouw, dus Mevrouw Claus)

Over waar zij weg komt en hoe zij van voornaam heet, doen vele verhalen de ronde, maar nergens is een vaststaand feit te vinden. Met de kennis die wij nu verkregen hebben (en die U straks ook heeft) merk je dat sommige verhalen (mondeling, boek of film) slechts een deel van de waarheid vertellen, andere zitten er zelfs helemaal naast.

mrs. Claus
Voorbeeld: De vrouw van de Kerstman wordt in 1849 voor het eerst genoemd in het korte verhaal “A Christmas Legend” (1849), van James Rees. Mrs Claus heeft meerdere voornamen en James Rees vond Gertrude daarvan het mooiste. Dus meldde hij dat Mrs Claus Gertrude Claus heet. Niet helemaal onwaar dus, maar toch ook weer niet helemaal 100% waar.
Anderen maakten van de Duitse naam Gertrude de Nederlandse versie Grietje.

Een andere verhaal meldde dat ze Mary heet. Ook dat is waar, maar ook dat is slechts één van haar voornamen.
Nog een andere verhaal zegt dat het een prinses was die Anwyn heette. En dat mrs Claus daarom ook vaak haar handtekening zet als Mrs A. Claus. Een heel leuk sprookje, maar dus niet waar. (De handtekening klopt maar dat heeft een andere oorzaak)

En zo zijn er ook verhalen over dat ze Jessica of Jessica Mary zou heten, waarbij haar moeder haar dan met haar 2e naam (Mary) naar de Moeder van Jezus vernoemd zou hebben. Ook hier weer een deel waarheid en een deel niet waar.
Om kort te gaan, er zijn vele namen in verhalen, boeken en films gebruikt, maar nooit het volledige ‘ware’ verhaal.

Official North-pole News (ONN)“De moeder van mrs. Claus, heette ‘Jessica Holly Winter’ en die was getrouwd met een ‘Noël Christmas’, een jonge matroos. Toen zij een dochtertje kregen, wilde Noël het meisje naar hun beide moeders vernoemen ‘Hilda’ en ‘Gertrude’. Maar Jessica die altijd bang was dat haar man een keer op zee zou blijven, wilde haar dochter een naan van een beschermheilige geven en die wilde haar daarom ‘Mary’ noemen.

Na flink wat heen en weer gepraat, later met de ouders van Jessica en Noël er ook nog bij, werden ze het uiteindelijk eens. Het meisje zou zowel naar haar beide overgrootmoeders (die beide ‘Anna’ heetten, naar de heilige Anna), als ook naar de heilige ‘Maria’ en ook naar haar beide grootmoeders vernoemd worden.

En zo kreeg het dochtertje de voornamen ‘Anna Mary Hilda Gertrude’.
Voluit was dat dus Anna Mary Hilda Gertrude Christmas (A.M.H.G. Christmas).
Dit was een oplossing waar iedereen erg gelukkig mee was, en die ook jaren werkte, hoewel ze door toedoen van de beide oude Anna’s, vrijwel alleen met Anna (roepnaam) werd aangesproken of als ‘Anna Claus’ (dus A. Claus).

Toen ze zo oud was dat ze naar een gewone school moest, werden natuurlijk al haar voornamen weer genoteerd, en stond ze dus als ‘A.M.H.G. Christmas’ op elke lijst. Omdat ze daar veel mee geplaagd werd door vervelende grotere kinderen, die dan zeiden: There comes ‘A Merry Holy Gracefull Christmas’ (Daar komt ‘Een Vrolijk Heilig Zalig Kerstfeest’), is ze later vaak de naam van haar moeder gaan gebruiken om van de naamgrappen af te zijn.

Toen ze later met de Kerstman trouwde, is ze zich Mrs Claus gaan noemen. Maar als je haar dus bij een haar 4 officiële voornamen aanspreekt of haar Jessica noemt, dan luister ze ook wel hoor.”

En als ze een handtekening zette dan schreef ze inderdaad vaak mrs. A Claus (maar die A komt dus van Anna en niet van Anwyn). En vanwege de herkenbaarheid gebruikten latere Mrs Clausen deze handtekening ook vaak.

De Woonplaats:

Kinderen wilden natuurlijk weten waar de Kerstman eigenlijk vandaan kwam. Waar woonde hij als hij het niet druk had met het rondbrengen van de cadeautjes? Deze vragen waren de aanleiding tot de legende dat de Kerstman de Noordpool woont, waar zijn Kerst-geschenken werkplaats ook werd gevestigd. In 1869 verscheen een boekje genaamd Santa Claus and his Works geschreven door George P. Webster. Er in stond een gedicht met daarin de volgende regels:

“His home through the long summer months, you must know,
Is near the North Pole, in the ice and the snow.”
vertaling:
Zijn huis gedurende de lange zomermaanden, moet je weten,
is dicht bij de Noordpool, in het ijs en de sneeuw.

Zoals als jullie op onze site ook al bij andere zgn feiten kon lezen, is ook hier een vermenging van halve ficties en halve waarheden ontstaan.
De Kerstman woonde eerst in de noordelijke Wouden, (Zoals de Duitse Weihnachtsmann ook nu nog zegt: “Von drausen aus die Walder da komme ich her …” ).
Later verhuisde hij naar de nog noordelijker liggende toendra’s vanwege de Rendieren die hij voor zijn slee ging gebruiken. Deze toendra’s liggen voornamelijk in Lapland (Dat ligt binnen de noordelijke poolcirkel en loopt van de kop van Noorwegen, via de kop van Zweden en via de Kop van Finland tot in Rusland.)
Dus ja, Santa woont zomers vlak bij de Noordpool, immer alles binnen de noordelijke poolcircel heet eigenlijk Noordpool.
Maar dat is niet in de sneeuw of het ijs, want dan zouden de Rendieren geen voedsel kunnen vinden. En feit dat de mensen pas in 1925 beseften.

Toen schreven verschillende kranten het ‘schokkende nieuws’ dat Santa Claus niet op de Noordpool kon wonen omdat de Rendieren daar niet grazen kunnen. Nou was er ook nooit door Santa gezegd dat hij OP de Noordpool woonde, maar altijd dat hij DICHT BIJ de Noordpool woonde. Het duurde nog 2 jaar voordat de mensen begrepen dat hij in het Finse Lapland woont.

“Oom Markus”, Markus Rautio, de presentator van het populaire “Children’s Hour” op de Finse publieke radio, onthulde het grote geheim voor de eerste keer in 1927: Santa Claus woont in Lapland bij de berg Korvatunturi – “Ear Fell”.
Deze berg, die vlak bij Finlands grens met Rusland ligt, lijkt inderdaad een beetje op een oor van een haas. Wat sommige mensen op de gedachte bracht, dat Santa Claus via dit oor alles hoort wat de kinderen over de hele wereld doen. Natuurlijk is dat een leuk sprookje, maar de waarheid is gewoon dat hij alles van de Gnooms hoort die bij ons in de buurt wonen.

Naast het groepje Sneeuwgnooms (Snowgnomes) die inderdaad vlak bij de Noordpool in een verborgen Gnoom-dorp leven (Polar City), waar dus ook de werkplaatsen zijn om het speelgoed te maken en waar ook Santa’s december post-office en de stal voor de Slee-Rendieren zijn, zijn er nog veel meer Gnooms die Santa helpen (feitelijke helpen alle Gnooms over de heel wereld Santa). Ze doen dit, door hem van informatie te voorzien over alle kinderen (groot en klein, oud en jong) van de hele wereld.Map van Korvatunturi

Woonplaatsen van Santa ClausIn het voorjaar, de zomer en een deel van de herfst woont Santa Claus dus inderdaad meestal in een verborgen Elfendorp (Santa Ville) min of meer aan de voet van de Korvatunturi – “Ear Fell”. Maar hij en mrs Claus trekken zomers ook wel met de Hulder-elfen en de Rendieren mee over de toendra’s, daarom heeft hij ook nog een huis in een Elfendorp bij Dalarna in Zweden.

Voor zijn vakantie (januari of februari) is er nog een zomerhuis in een Gnoomdorp nabij Uummannaq in Groenland, dat deel uitmaakt van het Deense koninkrijk. En dan heeft Santa ook nog een kantoor (Santa Claus Office) in het Fins plaatsje Napapiiri, bij Rovaniemi en een kantoor in het plaatsje North Pole in Alaska. En vanaf vlak voor het begin van de Advent tot en met de eerste zondag in januari woont Santa Claus in PolarCity en dan zijn ook zijn Rendieren teams daar voor hun laatste trainings weken en om het vliegpoeder door hun voer te krijgen.

Het was pas sind 1950 dat de mensen merkten dat Santa in Napapiiri een kantoor had, en omdat bezoekers aan dat plaatsje meestal via het vliegveld van Rovaniemi kwamen, heeft men in 1985 in Rovaniemi een Santa Claus pretpark gebouwd, Santa Claus Village. Zoals je ziet, weer bijna de juiste naam, maar weer net niet helemaal juist, en dat is hier maar goed ook, want anders zou je maar in de war raken met het echte Santa Ville).

In dat pretpark heeft Santa een postkantoor in gericht (Santa’s main Post Office) wat het enige postkantoor van Santa is waar zowel mensen als Elfen werken. Santa’s main Post Office in Santa Claus Village is een van de postkantoren waar de kinderen hun brieven en verlanglijstjes voor Santa Claus naar toe kunnen sturen. De mensen en Elfen in dat Postkantoor zorgen er voor dat alle post bij Santa komt en dat elke afzender een antwoord krijgt.

Brief naar Santa sturen:

Vroeger stuurden Scandinivische kinderen hun post naar Santa door deze in het haardvuur te verbranden, de rook bracht dan de brief naar Santa, tegenwoordig zijn er dus bepaalde postadressen voor, en ook kunnen kinderen op sommige internetsites zelfs rechstreeks naar Santa schrijven en antwoord terugkrijgen. En natuurlijk kan je jouw brief ook ergens duidelijk zichtbaar in je huis neer leggen, de Gnoom(s) bij jou in de buurt zullen hem dan ‘snachts weghalen en zorgen dat hij bij Santa komt. En natuurlijk lusten ze dan wel een koekje of een glas (chocolade)melk.

Transportlogistiek

(Of hoe kan Santa zoveel geschenken in de slee meenemen en hoe kan hij die allemaal in 1 nacht bezorgen.):
Na alle verhalen die daarover gaan, naast elkaar gelegd te hebben, gekeken te hebben waar ze min of meer hetzelfde zeggen, en geschrapt te hebben wat echt onmogelijk of onwaar (en/of onlogisch) is, en er de weinige info die de elfen schoorvoetend gaven aan to gevoegd te hebben, komt J.W. Koning tot de 2 volgende conclusie:

Conclusie 1: Past alles in de Zak en de Slee?
Santa’s mooie rode Kerstzak is een super magische zak, waarvan er maar 3 in de hele wereld zijn. Santa bezit er 2 van, en de derde is eigendom van Douwe Dabbert, deze is veel kleiner (model knapzak). De magie van deze zakken uit zich onder andere op de volgende manieren:

  1. Dat je alles wat je maar wilt in die zak kan doen, zonder dat hij ooit vol wordt. Je kan dit doen zonder dat de zak daardoor groter wordt. Santa’s Kerstzak zal dus altijd in zijn slee passen.
  2. De zak zal de dingen die je er ingestopt hebt terug geven op het moment dat je ze nodig bent, dus wanneer Santa de presentjes voor (bijvoorbeeld) Jack wil pakken, dan hoeft hij alleen zijn hand in de zak te steken, vast te pakken wat hij voelt en zijn hand er weer uit te halen, en Presto, daar zijn dan inderdaad de presentjes voor Jack. Daardoor zal hij nooit tijd kwijt zijn met het zoeken van de juiste cadeautjes en Jack zal altijd precies dat krijgen wat hij wilde of dat wat hij echt nodig heeft.
  3. Als iemand anders zonder de tostemming van de eigenaar van de zak in de zak zal kijken of grijpen, dan zal hij niets zien of vinden of alleen maar onbruikbare rommel.
    Douwe Dabbert met magisch Knapzak

En dan doen er allerlei wilde verhalen de ronde hoe Santa dat allemaal in 1 nacht kan rondbrengen, in sommige laat men Santa zelfs de tijd stil zetten of de wereld langzamer draaien en nog wat van die onzinnige onmogelijke dingen.
Terwijl het in werkelijkheid allemaal zo simpel en zo logisch gaat.

Conclusie 2: Kan het allemaal in de 8 uren van 1 nacht?
A. De wereld-tijd is verdeelt in verschillende tijdzones. Santa start elke reis op de Noordpool. En de Noordpool is een van de twee plaatsen op Aarde waar alle tijdszones samenkomen en die daarom in elke tijdzone aanwezig zijn. Dus op de Noordpool (of op de Zuidpool) van tijdzone veranderen, zou Santa minder als een seconde kosten, en als hij tegen de draaiing van van de aarde in van tijdzone wisselt geeft dat hem telken een uur extra tijd. Dus de tijdzones helpen, omdat hij zijn reizen tegen de tijdverplaatsing in maakt, het geeft hem veel meer tijd om alle geschenken in één nacht te bezorgen.

Om precies te zijn heeft hij dan bijna 1½ avond en 1½ nacht …. Dit komt omdat als het dag is aan de ene kant van de wereld, dan is het avond of nacht aan de andere kant …. Dus bezorgt hij eerst de pakjes in de tijdzones aan de ene kant van de wereld (waar het avond of nacht is) en daarna in de tijdzones aan de andere kant van de wereld als het daar dan avond of nacht is. Daardoor hoeft hij het dus niet in slechts de 8 uren van één nacht te doen snap je?

Kaart met de tijdzonesB. Zo als we allemaal weten is een rechte lijn de kortste weg tussen 2 punten. Daarom reist Santa ook niet zomaar willekeurig van plaats naar plaats (de ene in het Oosten, de volgende in het Westen, dan een in het Zuiden en dan weer in het Westen enz), maar plant hij zijn route aldoor van Noord naar Zuid (of van Zuid naar Noord als hij de Zuidpool gepasseerd is), Hij blijft daarbij dus in 1 tijdzone totdat hij op de Zuidpool is (wat de tweede plek is op de aarde die in alle tijdzones ligt).

Daar gaat hij naar de volgende tijdzone (Denk aan het uur tijdwinst) en neemt in die tijdzone de route naar de het Noorden, naar de Noordpool.
Op de Noordpool wacht hem dan een uitgerust nieuw team van sterke en razendsnelle Rendieren en een nieuwe slee met een zak vol pakjes, Hij wisselt snel van slee en kiest de volgende tijdzone (uur winst!) en dan gaat het alweer in volle snelheid zuidwaarts. En zo gaat dan dus bijna 20 uur door.
Santa around the world

C. Santa hoeft alleen maar de pakjes voor 1 trip (North-South-South-North) in zijn Kerstzak te hebben (Iets waarvoor de Elfen uiterst zorgvuldig zorgen zullen, ze checken de lijst meerdere keren!)
En Santa heeft elke keer ook alleen maar 1 zak per trip nodig. Zodra Santa vertrokken is met zijn slee, gaan de Elfen razendsnel en super zorgvuldig de andere zak vol pakken en die dan in de 2e slee zetten, zodat dit alles klaar staat voor Santa als hij van een trip terug komt.
Santa landt, stapt over op de volle slee en weg gaat hij weer Dit gaat de hele Kerstavond en Kerstnacht door totdat Santa in alle tijdzones de pakjes bezorgt heeft.

D. Santa bezoekt op deze reizen ook niet alle kinderen, voor veel kinderen hoeft hij niet persé binnen te komen, want zij weten dat ze dan toch slapen en niets van hem merken. Daar is het dus voldoende als hij gewoon de pakjes door de schoorsteen naar binnen gooit. De HuisGnoom (en anders de Elfenmagie) zorgt er voor dat ze op de juiste plaats(en) komen. En dan zijn er ook landen en culturen waar ze het bezoek van de Kerstman op een andere dag of avond vieren, daar bezorgt Santa de geschenken dus ook op een andere dag en een andere manier.

E. En ja, dankzij het magische vliegpoeder kunnen de Rendieren haast sneller als het geluid vliegen, en dat helpt natuurlijk ook.

Santa Claus and Coca-Cola

Er heerst bij sommige mensen het misverstand dat Santa Claus zijn kleding door Coca Cola bedacht zou zijn en er zijn er zelf die menen dat Coca Cola Santa Claus ‘bedacht’ hebben en dat zij daarom de rechthebbende op het begrip of de persoon Santa, zijn namen en zijn uiterlijk zouden zijn!
Zoals jullie op onze site op de Pagina over de geschiedenis van Santa Claus en op deze pagina over de tradies van het feest rond Santa Claus en zijn bezoeken hebben kunnen lezen, bewijzen de Feiten het tegendeel.

Lang voordat de Firma Coca Cola bestond, bestonden de Yuleman, Father Christmas, PèreNoël en zelfs hun opvolger Santa Claus al. Dus CocaCola kan de Kerstman/Santa Claus dus nooit uitgevonden hebben.
En hoewel de Kerstman tijden de Victoriaans tijd Kleding in verschillende kleuren droeg (green, blue met meestal bruin bont) droeg hij ook toen al wel kostuums in die kleuren met wit bont en ook al soms al een rood kostuum met wit bont.
Later toen mrs Claus over zijn kleding ging werd het aldoor rood met wit, want dat zijn de lievelingkleuren van mrs Claus.

Dus toen in 1931 toen Coca cola een afbeelding Van Santa in hun reclame ging gebruiken, droeg Santa Claus al tientallen jaren een rood kostuum met wit bont.
Dus ook dat is niet door Coca Cola bedacht.
Tegenwoordig geeft Coca-Cola ook toe dat het feit dat Santa meestal een rood kostuum droeg al lang door Thoma Nast bekend gemaakt was en niet door hen! Wel gebruikten/maakten zij hele mooie afbeeldingen van Santa in hun reclame, waarvan het portretrecht natuurlijk bij Santa zelf ligt.
Althans dat is zo volgens Europese regelgeving, en omdat Santa in Europa ingeschreven staat (ander kan je geen kantoor in Finland hebben) geldt voor zijn portretrecht de Europese regelgeving!
Natuurlijk heeft Coca Cola altijd beweerd dat zij dat het portretrecht op hun afbeeldingen hebben, en natuurlijk hebben zij het auteurs recht op die creaties tegenover een derde partij, maar het portretrecht berust zonder uitsluitsel enkel en alleen bij Santa en zijn eventuele erfgenamen.
Dus Santa kan iemand ook toestemming geven om die afbeeldingen te gebruiken bij info over hem, zijn geschiedenis en/of de gebruiken rond zijn geschiedenis.
Als je de meeste Santa reclameposters van Coca Cola wilt zien…… Coca Cola

 

 

ik dank veel van deze tekst aan de website: sint en santa .eu.