De Kerstman, een stuk geschiedenis.


De Kerstman die wij nu kennen als Santa Claus, heeft een lange meervoudige voorgeschiedenis. Een geschiedenis dat vooraf gaat, aan de tegenwoordig uitziende ,we hem hoofdzakelijk als een vrolijke man in rood kostuum, van wie, in veel westerse culturen, gezegd wordt dat hij cadeaus brengt in de huizen van de brave kinderen tijdens de late avond-uren of in de nachtelijke uren van kerstavond, de 24ste december.

Wat vooraf ging …….

Maar Santa Claus, ook bekend als Nick(olaus), Kris Kringle, Father Christmas, Pére Noël, Der Weihnachtsmann of simpel “Santa”, is een figuur met zowel historische, legendarische, mythische en folkloristische oorsprongen.
Zijn verhaal gaat aan de ene kant terug tot de voor schristelijke tijd (Yule-feest/Joel-man) en aan de ene kant terug tot de vroeg Christelijke tijd (Father Christmas, Pére Noël, der Weihnachtsman, Sint Nicolaas en Kris Kringle).
Waar veel te vin den is op internet,  en we dat hier onthouden, om het niet nog langer te maken dan het gaat worden.
Hier behandelen we vooral de Yuleman, Father Christmas, Pere Noel, de Weihnachtsman, Christkindl/KrisKringle, hun oorsprong, hun onderlinge relaties en de vermengeling van deze figuren onderling en met delen van Sinterklaas en/of het Sinterklaas-verhaal, waardoor er een samensmelting ontstond in de figuur van de Kerstman (Santa Claus).

Yule man:

In Noord-Europa bestaat al sinds oude tijden een Figuur, die met Staf en noten de mensen op de lange Winterstijd voorbereidde. De staf gold daarbij als vruchtbaarheids-symbool, die noten als zeer voedzame en houdbare voeding. Deze bebaarde oude Man was in een lange bruine Winterpels met capuchon gekleed en reed op een Rendierslee, zijn Woonplaats was in de Noordelijke Scandinavische wouden.
Men neemt aan dat hier nog elementen van de Vikingen goden Odin en Balder meespeelden.Jaarwiel
De hedendaagse viering van Kerstmis stamt rechtstreeks af van oude rituelen uitgevoerd tijdens de tijd van de Winter Solstice, van het Latijnse sol, (“zon”) + sistere (“stoppen, stil staand”). Dus, de Winter Solstice is de dag van de Stilstaande-Zon, zo genoemd omdat rond die tijd de zon stil in de lucht lijkt te staan.

Dit verschijnsel ontstaat doordat de aarde rond de zon draait, de hoek (declinatie = noord/zuid positie) naar de zon verandert voortdurend vanwege de schuine stand van de Aard-as ten opzichte van de zon. Solstices vindt plaats wanneer gelijktijdig de zon het verst verwijderd is van de celestial equator (de equator/evenaar denkbeeldig geprojecteerd tegen de hemel), en de aard-as en de reële evenaar hun schuinste stand hebben bereikt.
In het noordelijke halfrond, komt de Winter Solstice dus voor als de zon het verst naar het zuiden staat. De declinatie van de zon in die tijd wordt de ” Steenbokskeerkring”(Tropic of Capricorn) genoemd, en ook “Zuiderkeerkring”.

De oude Celtic Coligny kalender, die dateert uit de tijd van de eerste eeuw voor Christus tot de eerste eeuw na Christus, vermeldt de Winter Solstice niet als een van de vier grote jaarlijkse vieringen en ook niet als een van de grote “Vuur-Feesten”. Desondanks staat het vast dat de Kelten, net als andere oude volken, de Winter Solstice of “Yule,” zoals men het ook ging noemen, wel vierden.

Het woord “Yule” is verwant aan het Oud Noorse hvël, (modern Noors hjul, Oud Engels hwëol) wat “Wheel”(= wiel) betekend. Het Keltische equivalent is cuidheal (uitgesproken als “coo-yul”). Anders als bij ons hedendaagse lineaire concept (rechte lijn) van tijd, hadden de Kelten het idee dat de Tijd een eeuwig-draaiend wiel was, en net zo als andere oude volken, beschouwden ze de Yule als zijnde zowel de her-geboorte van de ZonneGod (de Winter Solstice is de langste nacht van het jaar, daarna komt dus het licht terug) als ook een feest voor (en van) de doden (Denk in dit verband ook aan Halloween).

De Keltische Zonne-God was Bel (“Bright One”), die verwant is aan de Keltische Doden-God Bíle (“Great Tree”). Tijdens de Yule, verschenen ze in de vermomming van de Eik-Koning/WoudKoning (Bel) en de Hulst-Koning (Bíle), die respectievelijk zomer en winter voorstellen.
Net als bij de Zomer Solstice of “Litha,” vechten de Eik Koning en de Hulst-King om de macht. Maar bij de Winter Solstice of Yule, is het de groeiende Eik-Koning (zomer) die de zwakker wordende Hulst-Koning (winter) verslaat.

Eik-koning
Eik-KoningDe Eik-Koning is ook bekend als de Groene Man en soms vermomt als de Groene Ridder. De Hulst-Koning is ook bekend als de Rode Man en verschijnt vaak vermomt als de Rode Demoon of Duivel. Gedurende de Middel-eeuwen, smolt deze rode, gehoornde, bebaarde, figuur met bokkenpoten samen met de Duivel van de christenen.De heilige Eikkoning
In veel landen over de hele wereld, zijn de beide figuren van de Eik- en de Hulst-Koning gescheiden gebleven, en gewoonlijk is het de Eik-Koning die de rol van de Goede speelt, de rol van beloner en geschenken-gever, terwijl de Hulst-Koning de rol van de boze-slechte krijgt, de bestraffen/beul of de berover. Maar het kwam (en komt nog) ook voor dat ze samen komen en dat de Hulstkoning overwonnen (gebonden, gedienstig en onderdanig gemaakt) is door/aan de Eik-Koning. Bijvoorbeeld bij de veronderstelling dat Le Père Fouettard (FR). een door Saint Nicolas geknechte duivel is.

father christmas greenDe Eik-Koning of de Groene man wordt ook wel de Yule man genoemd, die soms in gezelschap van goblins of kobolden, in de winter de mensen met een bezoek vereerde waarbij hij dan te eten en te drinken kreeg.
Zo hoopten de mensen hem goedgunstig te stemmen opdat dat hij hun in het nieuwe jaar een goede oogst en de geboorte van veel jonge dieren zou geven.

Dan droeg de Eik-Koning ook vaak Hulst op zijn kleding op aan te geven dat hij de Hulst-Koning overwonnen had, en dat alles weer groen (en vruchtbaar) zou worden. Hij bracht dus geen gaven (behalve dan de verwachting dat er weer een voorjaar zou komen), maar kreeg zelf juist gaven (eten en drinken).
Omdat het kerstfeest (Christmas, Weihnachten, Noël) toen nog niet bestond, is deze Yule man van oorsprong dus ook niet de Weihnachtsman, Pere Noel of Father Christmas, al heeft hij later wel tot hun ontstaan bijgedragen. Maar dat wordt verderop nog besproken.

De vaste kleuren die met Yule geassocieerd worden zijn rood, groen, en wit.
Rood is voor verzwakkende Hulst-Koning en alles waar hij voor staat.
Groen is voor de groeiende Eik-Koning en alles waar hij voor staat
Wit is voor de reinheid/zuiverheid en de hoop op de hergeboorte van het Licht.

Midwinter is de viering van de langste nacht, nadien gaan de dagen weer langer worden en de nachten worden korter. Het nieuwe licht wordt herboren met Yule.
Om de terugkeer van het licht kracht bij te zetten, kozen de Germanen een boom uit die ze in brand staken ter ere van de god van het licht, die weer onder ons zou blijven tot en met de oogst.
De verlichting in onze Kerstboom stamt daar dus nog van af.

Waar het hier in de kern om gaat, is dat het Yule feest een viering van Hoop is, Hoop dat de Duisternis van de aarde gebannen wordt en dat het Licht herboren zal worden.
Iets wat je bij het christelijk kerstfeest ook vindt.
En voor ons als zoekers naar het ontstaan van Santa Claus is het dus belangrijk dat er in de voor-christelijke tijd (en ook in de Vroeg-Christelijke tijd) dus een Yule man bestond.

Het Christelijke equivalent van Yule is Kerstmis, wat ge-ent werd op het Yule feest, in een zwakke poging van de vroege Christenen om het zogenaamd heidense (‘slecht en duivelse’) feest te doen vergeten. Christmas = “Christ’s Mass” = de mis van Christus of het geKerstende feest (Nederlands: verchristelijkte feest) of (Duits) Weihnachten (de ‘nu’ geweide{Heilige} nacht.) In het Gaelic is het Nollaig (“Christmas,” letterlijk vertaald betekend het echter “the Nativity” = “het eigen/aangeboren/inheemse feest”, dus toch nog een verwijzing naar het ‘eigen’ Yule-feest.
Een andere oorzaak dat het Kerstfeest op de plaats kwam van het Yulefeest was een zaak van Romeins staatsbelang.

In het Romeinse Rijk, had een mysterieuze religie (Romeins Mithraisme), waarvan werd aangenomen dat het oorspronkelijk uit India/Perzië kwam (Mithras was een Indiase/Perzische Godheid, zonnegod of zoon van zonnegod ), veel aanhang gekregen en Keizer Aurelius had officieel de 25ste december verklaard tot ‘Dies Natalis Solis Invictus’ (“Geboortedag van de Onoverwonnen Zon”. Dit lijkt toch sterk op het Yulefeest)
25 december was al lang bekend als de geboortedag van Mithras, waarvan gezegd werd dat hij, zoals zovele goden en heroïsche figuren, een godenzoon was geboren uit een maagdelijke moeder, en dat hij ook gestorven en herboren of herrezen was. Zoals bij veel andere religies ook het geval was, was dit Mithraisme een forse concurrent voor het nog jonge Christendom, zodat toen Constantinus de Grote de Keizer van Rome werd, hij te maken kreeg met een verdeeld rijk, waarin de concurrentie tussen Mithraïsme en het Christendom voor veel conflicten zorgde.

De datum van Jezus geboortedag was toen nog onbekend, alhoewel verschillende data genoemd werden waaronder ‘Nativity”de 6 januari.
Maar onder de regering van Constantinus werd Jezus’s geboortdag vastgepint op de 25e December, zodat het Mithraisme en het Christendom samen dezelfde feestdag moesten vieren.
Dit was dus het begin van de samensmelting van het Yule-feest met het Kerstfeest, en ook de oorsprong van vele van de huidige tradities rond het Kerstfeest en de Kerstman.

Father Cristmas, Père Noël, Weihnachtsman enz:
Father Christmas de naam die in veel Engels-sprekende landen (uitgezonderd United States, Canada, Australië en Nieuw Zeeland) gebruikt wordt voor de figuur die met Kerst geassocieerd wordt.
Eenzelfde figuur met een gelijkende naam (in andere talen) bestaat in diverse andere landen, waaronder Frankrijk (Père Noël), Spanje (Papá Noel, Padre Noel), bijna heel Spaans-talig Zuid America (Papá Noel), Brazilië (Papai Noel), Portugal (Pai Natal), Italy (Babbo Natale), Armenia (Kaghand Papik), India (Christmas Father), Andorra (Pare Noel), Romania (Moş Crăciun) and Turkey (Noel Baba).

Father Christmas:father christmas england
Engeland kende al heel lang een Father Christmas.
Father Christmas was een soort personificatie van Kerst en tegelijkertijd een heidens figuur uit de Joeltijd. In de verhalen rond de Joeltijd speelde altijd een soort `Father Christmas´ mee. Deze vaderlijke eindejaarsfiguur kreeg in de loop der tijd uit allerlei tradities iets mee maar nooit iets direct van onze Sint Nicolaas.
Wel kreeg hij veel later via Santa Claus enkele Sinterklaasachtige trekjes en/of tradities. Maar in Engeland is Father Christmas dus echt altijd een andere figuur geweest als Sint Nicholas en is hij heden tendage dus nog steeds een andere figuur. Father Christmas is daar ook ouder dan de goedheiligman!

In vorige eeuwen, was de Engelse Father Christmas ook bekend onder de namen Old Father Christmas, Sir Christmas, en Lord Christmas. Father Christmas draagt tegenwoordig meestal een rode kleding, maar in de Victoriaanse tijd en in de Tudor tijden droeg hij meestal groen en een enkele keer blauw (Koning Winter).
De eerste vermelding van hem vinden we in de 15e eeuw. Een manuscript in de Bodelian Library Museum, gedateerd rond circa 1458 AD, bevat een anonieme Christmas carol dat begint met de lyrics:

Goday, goday, my lord Sire Christëmas, goday!
Goday, Sire Christëmas, our king,
for ev’ry man, both old and ying,
is glad and blithe of your coming;
Goday!

Een soortgelijk vers (carol) wordt toegeschreven aan Richard Smert (c. 1400–c. 1479) en bevindt zich in het British Additional Museum, en dat vers heeft een dialoogvorm (gesprekvorm). Het begint als volgt:

Nowell, nowell, nowell, nowell
Who is there that singeth so: Nowell, nowell, nowell?
I am here, Sire Christësmas.
Welcome, my lord, Sire Christëmas!
Welcome to us all, both more and less!
Come near, Nowell.

santagreenSire/Lord Christmas stelde in die tijd de geest voor van blijdschap en vrolijkheid horend bij het Kerstfeest, (Zoals in Dickens “a Christmas Carol”, de Geesten van Christmas-Past, Christmas-Present and Christmas-Yet to Come). Maar hij was nog steeds geen brenger van geschenken en had ook geen bijzondere verbinding met kinderen.
De specifieke voorstelling van Christmas als een vrolijke oude man komt in het begin van de 17e eeuw, als gevolg van het verzet tegen de Puriteinse kritiek (Reformatie) op de gebruiken rond het Kerstfeest.
The Spirit of Christmas is “oud” omdat het feest zelf al oud is, iets wat de verdedigers van het feest zagen als een goed oud Christelijk gebruik dat daarom bewaard moest blijven. Dingen uitbeelden was in die tijd erg populair, dus ook “old Christmas” werd regelmatig uitgebeeld.

De eerste bekende keer was in Ben Jonson’s creation in Christmas his Masque gedateerd December 1616. Later, in een stuk van Thomas Nabbes, The Springs Glorie geproduced in 1638, verschijnt “Christmas” als “een oud eerbiedwaardige gentleman gekleed in een bontmantel met capuchon”. In 1645 verscheen er een pamflet in de street van London, waarin de regering getart werd door middel van een humoristisch verslag van de veroordeling en de gevangenname van Old Christmas, en het geboe en gejuich na zijn ontsnapping. In 1647 werd Old Christmas verboden in England, en de traditionele openbare kerstvieringen werden vaak bezocht door een Father Christmas, die ook daar de regering tarte.

“In comes I, Old Father Christmas, Be I welcome or be I not, I hope that Christmas will ne’er be forgot” (Hier ben ik dan, de Oude Vader Christmas, of ik nu welkom ben of niet, en ik hoop dat de Oude Cristmas nooit vergeten wordt).
Dit uitbeelding blijft regelmatig gebeuren in de volgende 250 jaar, en wel als Sir Christmas, Lord Christmas en als Father Christmas, deze laatste wordt langzamerhand de meest gebruikelijke afbeeldingen van hem uit die periode tonen hem als een man met een lange baard gekleed in groene mantel met bont afgezet.

kerstman-groenIn “Time’s Telescope” (1822) beschrijft een van de schrijvers dat in Yorkshire om acht uur ‘s avonds op Kerstavond de (kerk)klokken “Old Father Christmas” groeten met vrolijke klanken, terwijl de kinderen door de straten paraderen met trommels, trompetten, en belletjes, en de yule kaars is aangestoken.
Waar Father Christmas in de Victoriaans tijd dus nog gekoppeld was aan drink- en eetfeesten van de volwassenen en of lopend of met een ezeltje kwam (soms als rijdier soms als pakdier), is er begin 1800 dus een vermenging gaande met de modernere gaven brengende St Nicholas en een deel van de daarbij horende tradities en folklore. Het verschil met Saint Nicholas was dat Father Christmas met een slee kwam (soms getrokken door paarden, soms door rendieren, beiden zowel als troika of als vierspan).

Tegen het begin van de 20e eeuw (jaren 1900), was Father Christmas dus ook een figuur geworden die cadeautjes bracht, denk maar eens aan het verhaal over Narnia waarin hij de 4 kinderen hun wapens gaf. en waarin hij einde van de winter inluidde. Hetgeen nog eens duidelijk aantoont dat Father Christmas in principe dus niet dezelfde is als Koning Winter en ook niet als Vadertje Tijd. Ondanks dat hij wel de tradities kreeg van Sint Nicolaas werd hij geen Sinterklaas en zo is bij een groot deel van de Engelsen Sint Nicholaas blijven bestaan als kerkelijke Sint zonder de tradities van ‘Sinterklaas’.

Dus je hebt in Engeland Saint Nicholas de in de kerken vereerde Heilige zonder traditie van geschenken brengen en je hebt Father Christmas die wel geschenken brengt en die later Santa Claus werd.

Père Noël:

JoyeuxNoël
Père Noël, is net als Father Christmas en de Weihnachtsman deels gebaseerd op de Yuleman, en deels op de ‘Spirit van Christmas’.
Via handelsbetrekkingen en huwelijken (in de rijke families) bestond er een uitwisseling van tradities tussen de Europese landen. En zo waren deze drie Figuren dus gelijktijdig ontstaan uit dezelfde bron, en waar ze in het begin dus eigenlijk dezelfde waren, ontstonden er door plaatselijke (landelijke) bijgeloven en tradities toch kleine onderlinge verschillen. (Eerst waren ze dus dezelfde, later werden het meer broers zou je kunnen zeggen).

Zo werd het uiterlijk van Père Noël grotendeels gevormd naar een Julenisse (Yule Nisse), een heidense Scandinavische Gnoom/Kabouter. Van de Julenisse, heeft Père Noël de witte baard, zijn rode muts en zijn Scandinavische kleding.
Deze Nisses waren Gnooms/Kabouters die in de winter huisvesting bij de mensen zochten (verborgen in stallen en/of op hooizolders) en daarvoor als beloning vaak dingen voor de mensen repareerden, of karweitjes deden of speelgoed (Popjes, fluitjes enz.) voor de kinderen maakten. Op hun beurt beloonden de mensen de Nisses daarvoor dan weer met een schotel met koekjes en een kopje melk omdat de Nisses daar gek op zijn. (Dit is dan ook de oorsprong van de Amerikaanse traditie dat kinderen wat koekjes en (chocolade) melk voor de Kerstman neerzetten).

Geheel volgens Franse traditie lieten de kinderen voordat ze naar bed gingen op kerstavond hun schoenen bij de haard staan, gevuld met wortelen en lekkers voor Gui, (French for “Mistletoe”) de ezel van Père Noël. Père Noël neemt de gift en, als het kind lief en braaf is geweest, laat daarvoor in de plaats cadeautjes achter. Deze cadeautjes zijn traditioneel klein genoeg om in een schoen te passen, zoals snoep, geld of klein speelgoed.

Rond de 15e eeuw vermengde dit feest zich met het Onnozele Kinderen feest en daarna (daardoor) ook met het Sint Nicolaas feest. En zo schoof de Figuur van Père Noel wat naar de achtergrond. en nam SintNicolaas een van de gebruiken van Père Noël over (‘sAvonds schoentje zetten).
Behalve bij de Protestanten die de verering van Saint Nicolas verfoeiden en daarom juist terugkeerden tot het vieren van Père Noël.

Hierdoor werd Père Noël soms ook verwisseld met de figuur Sint Nicolaas. In Oost Frankrijk (Alsace en Lorraine regio’s), in Franstalig België, in Zwitserland, en in Oost Europa is er naast de Père Noël traditie ook de parallel lopende traditie om Saint Nicolas op 6 December te vieren. Op dat feest kon zowel de Sint als Père Noël verschijnen, wie er ook van beiden kwam, hij werd begeleid door Le Père Fouettard (Vadertje Zweep), die ook onder andere namen bekend is bijvoorbeeld in delen van Duitsland als Knecht Ruprecht or Pelsnickel), Austria (Krampus), Nederland en België (Zwarte Piet (NL)-Pieterman Knecht (BE)).
Le Père Fouettard was een duistere figuur, gekleed in zwart die Saint Nicolas begeleide en die de stoute kinderen strafte.

Hier nam Sint Nicolaas dus een tweede gebruik van Père Noël over (le Père Fouettard is mogelijk de voorloper van Zwarte Piet). Deels door de invloed van de Roomse Kerk in Frankrijk bleef Saint Nicolas ondanks de veelvuldige verwisseling toch een andere figuur als Père Noël. Zodat toen het begrip Kerstman vanuit Amerika naar Europa overwaaide, deze dus naast de naam Santa Claus ook de naam Père Noël kreeg (en kon krijgen) zonder dat dat iets afdeed aan de Figuur van Saint Nicolas.
In Brazilië is, dankzij de invloed van de Franse cultuur in de 19th eeuw, de naam Papai Noel ook ingeburgerd, naast bijvoorbeeld de Portugese naam Pai Natal.

Der Weihnachtsmann:
Ook de allereerste Weihnachtsman. ca 4e eeuw was dus gebaseerd op de Yule-man. En ook hier zag je na het verschijnen van de verhalen over Sankt Nikolaus en de bijbehorende verering, een vervanging door diezelfde Sankt Nikolaus. En ook hier zag je dus ten tijde van de reformatie (rond 1520, Luther) bij de protestanten een terugkeer naar de niet Roomse Weihnachtsmann.bad santa in germany
Luther verwierp de verering van heiligen, en om deze reden distantieerden zijn aanhangers zich ook van deze praktijken en weigerden daarom de heilige Nicolaas te vereren. Ze gingen op zoek naar een vervanger en vond de Weihnachtsmann, die niet op 6 maar op de avond van 24 December, de hoogbegaafde kinderen cadeaus bracht. Grappig genoeg kreeg deze protestantse Weihnachtsmann toch nog iets van zijn Yule-voorouder mee.

Want wat zegt de Weihnachtsmann als hij op bezoek komt? “Von drausen aus den Walder, da komme Ich her, Ich kan Euch verkunden/sagen, Es Weihnachtet sehr!”. ‘Aus den Walden da komme Ich her’, nu dat is toch ook logisch voor de beschermer van de natuur, de dieren en de wouden zoals de Woudkoning/Eik-Koning was.
De cadeautjes die de Weihnachtsman mee bracht waren volgens Luther geschonken door het Kerstkind, het babytje Jezus, ‘Das Christkind’ of vertederend bedoeld ‘Das Christkindle’ dat soms ook als een Engeltje afgebeeld werd.
Net als in België en Frankrijk bleef het Roomskatholieke deel van het land natuurlijk het Sankt Nikolaus feest vieren, terwijl het Protestantse deel dus Weihnachten vierde.
In de achttiende eeuw, probeerden de Duitse heersers een proces van secularisatie te beginnen, ze maakten Christelijke symbolen uit oud-Germaanse symbolen en cijfers en ze veranderden niet-Cristelijke feesten in Christelijke feesten.

Het is de terugkeer van de kleine mensen, zoals feeën, elfen kobolden, en de oude man Christmas (Weihnachtsmann) die met zijn slee versierde kerstbomen en geschenken brengt.

Hier verschijnen dus voor het eerst de versierde bomen bij het Kerstfeest. En natuurlijk moest Old Man Christmas een Christelijke naam hebben en dan wel eentje die voor iedereen acceptabel was, voor Roomschen zowel als voor Protestanten
En zo gebeurde het dat ergens in de jaren 1700 de Weihnachtsmann toch nog weer wat van Sankt Nikolaus kreeg, namelijk de naam Nikolaus. Nu had je er dus eigenlijk 3 in Deutsland: Das Christkindle, Nikolaus der Weihnachtsmann und Sankt Nikolaus der Heilige. En het kon (en kan) dus gebeuren dat der Nikolaus kwam in begeleiding van een engeltje die dass Christkindle voorstelde.

Het bekende Weihnachtslied „Morgen kommt der Weihnachtsmann“, waarvan de tekst in 1840 door Hoffmann von Fallersleben geschreven werd, begint met de regels: „Morgen kommt der Weihnachtsmann, kommt mit seinen Gaben.“ Dit toont aan dat de Weihnachtsmanns toen al algemeen als Geschenken-brenger bekend was en dat toen ook in de Roomse delen van Duitsland de geschenken van de Weihnachtsman kwamen.Der Herr Winter 1847 Nikolaus und Weihnachtsmann
De eerste visuele voorstelling van de Duitse Weihnachtsmann is te vinden in een afbeelding door Moritz von Schwind. Deze schilderde in 1847, een afbeelding van “De heer Winter”. Het was een man met een lange witte baard, een kapmantel, een grote zak en een staart.

Die staart was echter om de winter te bannen en niet om kinderen te straffen. De Weihnachtsmann werd soms geholpen door Wichtel. De Scandinavische sagengestalte van de Nisse was in Duitsland overgenomen als Wichtel. Daarvan is het Duitse gebruik van de Wichtels in de aanloop naar Weihnachten afgeleid, waarbij men, anoniem en via loting, elkaar geschenken geeft. Men was elkanders Wichtel. Aan de rode muts van deze Nisse zou dan de Weihnachtsmann zijn muts ontleent hebben.      Mr. Winter by Moritz von Schwind

Scandinavië, Rusland. MiddelandseZee-landen en de Balkan.
Hoe zuidelijker, hoe roomscher de landen waren, en hoe meer Saint Nicolas vereerd werd en bleef. En natuurlijk was en bleef hij dat ook in Griekenland en de Balkan, daar was zijn verering immers begonnen, en had het dus ook de stevigste wortels. Dus langs de Europeesche kant van de Middellandze Zee vond je alleen de Sint Nicolaas verering en geen Vadertje Kerst.

In Scandinavie werd hij nauwelijks gevierd, daar hield men vast aan de Viking cultuur en dus ook aan het Yule feest met de Yule Man.
yuleman
In Finland is er de Joulepukki (“Yule Buck” of “Yule Goat”) ook wel Julbocken of kerstbok – die tijdens het joelfeest een rol speelt). Oorspronkelijk bracht deze geen gaven, maar eiste deze juist, dreigende met de boze geesten die hem volgden. Deze boze geesten waren gehoornd en gekleed in geitevellen. Tegenwoordig brengt hij dus wel geschenken. Joulupukki heeft een vrouw, joulumuori (“Kerstvrouwtje”, “Kerst-omaatje”), waarover echter weinig bekend is.

In Noorwegen zei men vroeger dat de Julebukk (“Yule Bok” or “Yule Geit”) de geit was die de wagen van de DonderGod Thor door de hemel reed. Tegenwoordig is het Julebukk feest veranderd in een zangfestival met kinderen verkleed als Santa’s elfin, die Zingend van huis naar huis gaan in ruil voor snoep en andere tractaties. Kerstcadeaus worden gebracht door de Julenisse (“Yule Goblin”), die geholpen wordt door de Smånissen (“kleine Goblins”).
In Zweden leven de Yule Tomte (“Gnome”/kabouters) onder de vloeren van de huizen of ze wonen in de schuren, waarbij ze dan met Kerst tevoorschijn komen. Uit de grote zak die ze op hun rug dragen halen ze de geschenken die ze achterlaten.

In Denemarken komt de Julemanden (“Yule Man”) in een slee getrokken door 1 of meerdere rendieren en ook hij draagt een zak met geschenken op zijn rug.
Hij wordt geholpen door de Juul Nisse (“Yule Goblins”), die op de zolders wonen, en voor wie de mensen Havermoutpap, rijstpudding of melk buiten neerzetten.дед мороз и снегурочка -koning_winter-father_frost-ded_moroz

In Rusland is er Grootvadertje Vorst (Ded Moroz), die samen met zijn kleindochter Sneeuwwitje (of Sneeuwvlokje; Snegoerotsjka) op 31 december cadeaus
uitdeelt, en waarvan de woonplaats in de bossen bij Veliki Oestjoeg (Noord-Rusland) ligt.

 

 

 

 

 

Okay, zult u denken, erg interessant allemaal, maar hoe zit dat nu met Santa Claus?

Nu daar zijn we nu precies aan toe.

Amerika
Santa Claus zijn geschiedenis in the USA begint 4 eeuwen geleden.santa-ccola
Net zoals de bevolking van de United States of America zelf een grote smeltkroes is van allerlei volken en culturen, werd America’s Santa Claus ook een smeltkroes van bovenstaand figuren en hun gebruiken, waarbij de Eik Koning en de Hulst-Koning, de Yulenisse, de Weihnachtsman, Das Christkindle en Saint Nicolas samengevoegd werden tot een eenheid met twee kanten.

Zo was America’s Santa Claus zowel de beloner en geschenkenbrenger als ook de bestraffer en de plaaggeest, die of cadeautjes achterliet voor de brave kinderen of as en brokken steenkool achterliet voor de stoute kinderen.
En dat was het dan? Nee hoor, we gaan nog uitleggen hoe dat zo kwam, en ook hoe hij zich later nog doorontwikkelde tot de Vrolijke Vriendelijke Santa die alle kinderen iets brengt.
De eerste Europeanen die in de nieuwe wereld arriveerden brachten St. Nicholas al mee.
De Vikingen droegen hun cathedral in Groenland aan hem op.
Op zijn eerste reis noemde Columbus op 6 december 1492 een Haitiaanse haven naar St. Nicholas.
In Florida noemden Spanjaarden een vroege nederzetting St. Nicholas Ferry, deze is nu bekend als Jacksonville.

Maar dat was voor de reformatie en deze Europeanen vestigden zich nog niet blijvend in de nieuwe wereld, zij waren meer een tijdelijke bezetting macht. 1 of 2 jaar dienst in de nieuwe wereld en dan keerden ze weer naar huis (Europa) terug.
De eerste kolonisten, voornamelijk Puriteinse en andere Protestantse hervormers, brachten geen Nicholas tradities mee naar de Nieuwe Wereld. Sterker nog,
1600’s: De Puriteinen verboden het noemen van St. Nicolas zijn naam, en de mensen mochten ook geen geschenken uitwisselen, kaarsen aansteken of Kerstliedjes zingen. Een uitzondering daarop waren de Nederlandse kolonisten die Nieuw Amsterdam (New Amsterdam, het latere New York) stichten en de Duitse Kolonisten in Pennsylvania.

17th century (= de jaren 1600!): Nederlandse immigrants brachten de legendes van Sint Nicolaas of Sankte Klaus met hun mee.
Toegegeven, alhoewel wereldwijd geloofd wordt dat het de Nederlanders waren die St Nicholas naar New Amsterdam brachten, konden onderzoekende studenten nauwelijks sporen van deze traditie vinden in New Netherland.
Aan de andere kant is dat ook weer niet zo gek, want: In de eerste plaats zullen de Nederlanders bij de overdracht van New Amsterdam hun boekhouding, de administratie, hun bibliotheek en de persoonsgegevens enz wel mee genomen hebben, dus dan is er al weinig info meer te vinden.
In de tweede plaats: Net als dat de christenen het Sinterklaasfeest en het Kerstfeest wilden gebruiken om de herinnering aan en het vieren van het Yule-feest wilden doen vergeten, zo zullen de Engelsen er op gebrand zijn geweest om zoveel mogelijk de herinneringen aan de Nederlandse aanwezigheid uit te wissen.

Wel bestaat er bijvoorbeeld een verslag over het bezoek van St. Nicholas aan een Nederlandse wijk in New York op Oudejaars avond (New Years’ Eve).
New Years geschenken geven was sinds 1558 de Engelse gewoonte geworden om zodoende het Sint Nicholas feest te laten vergeten en dit Engelse gebruik bestond zelfs nog in het New York van 1847.

In 1773 vormden New Yorkse niet-Nederlandse patrioten de ‘Sons of St. Nicholas’, dit was voornamelijk bedoeld als een niet-Brits symbol, om tegenwicht te bieden aan de Engelse St. George societies, en nauwelijks om St. Nicholas te eren. Deze society was te vergelijken met de ‘Sons of St. Tammany’ in Philadelphia. Niet direct dus een St. Nicholas, de geschenkenbrnger voor kinderen.
Wel waren er op kleine schaal Sinterklaas vieringen:
In December 1773, en nog eens in 1774, schreef een New Yorkse krant dat groepen Nederlandse families waren samen gekomen om de sterfdag van St Nicolaas te eren.

Na de Amerikaanse Revolution (vrijmaken van Engeland), herinnerden de New Yorkers met trots weer de bijna vergeten Nederlandse oorsprong van hun stad (kolonie). John Pintard, een invloedrijk patriot en antiqeur die ook de New York Historical Society stichtte in 1804, maakte St. Nicholas tot beschermheilige van zowel de society als ook van de stad. De leden van deze societie waren verplicht mee te doen aan het gebruik om met Kerst geschenken te geven.
Dat ook de andere Nederlandse en Duitse Sint Nicholas tradities daarbij niet vergeten werden, blijkt wel uit het volgende:

Al in 1773 verscheen in de Amerikaanse pers de naam “St. A Claus,” (Sint Een Klaas of nog beter Sankte Claus) maar het was de populaire schrijver Washington Irving die de Amerikanen hun eerste gedetailleerde informatie over de Nederlandse versie van Sinterklaas gaf.

In January 1809, werd Washington Irving lid van de society en op St. Nicholas Day van hetzelfde jaar, publiseerde hij de satirise fictie “Knickerbocker’s History of New York”, met talrijke referencies naar een vrolijke St. Nicholas figuur. Irving beschreef de komst van de heilige (Sankte Claus) te paard (zonder begeleiding van Black Peter) op Sint Nicolaas avond. Dit was niet direct de Heilige Bisschop, maar meer een ver-elf-de lange Nederlandse man met een uit klei gebaken (porceleine) pijp. De fantastische bedenksels van hem, in dat verhaal, vormden de bron voor de New Amsterdamse St. Nicholas legendes: – Dat het eerste Nederlandse emigrant schip St. Nicholas als boegbeeld had: – dat St. Nicholas Day gevierd werd in de kolonie; – Dat de eerste Kerk aan hem was opgedragen; en – dat St. Nicholas via de schoorsteen kwam om geschenken te brengen.

Deze laatste New Amsterdamse legende (cadeaus door de schoorsteen) kwam weer overeen met de oude Saint Nicolaas legenden uit Nederland, en is eigenlijk ook de enige van deze New Amsterdamse legenden die nu nog bij de Santa Claus tradities hoort.
Irving’s werk werd beschouwd als het “eerste belangrijke werk op het gebied van Fantasy (imagination) in the New World.”
Hierdoor kan je ook terecht zeggen dat de moderne Amerikaanse versie van de Santa Claus figuur zijn inspiratie en zijn naam (Santa Claus) mede te danken heeft aan de Nederlands/Duitse legende van Saint Nicolaas, maar veel van de andere gebruiken komen dus uit de culturen van de andere kolonisten. Zo komt bijvoorbeeld de naam Kris Kringle dus bij de Duitse kolonisten vandaan, net als het zetten van een Kerstboom.

In 1812 bracht Irving een nieuwe, aangepaste versie van zijn boek uit, waarin hij Nicolaas in een door een paard getrokken wagen over de bomen liet rijden.
Dat was een verandering gebaseerd op logica, voor een oudere man was een wagen besturen veel gemakkelijker als paard rijden, en de wagen bood ook veel meer ruimte voor de geschenken.
De latere veranderingen werden meestal beïnvloed vanuit andere culturen.
De 19e eeuw was een tijd van culturele veranderingen. New Yorkse schrijvers, en anderen, wilden van de Christmas holiday (het kerstfeest) een huiselijk gebeuren maken. ‘Christmas of old’ ging niet om families die knus bijeen zaten bij haard en boom en het geven van geschenken en het zingen van Carols en ondertussen aardig zijn tegen de kinderen. Het werd juist eerder gekarakteriseerd door luidruchtige groepen dronken mensen die door de straten zwierven, van alles vernielden en de middenstand lastig vielen of bedreigden.

En langzamerhand , onder invloed van het werk van deze schrijvers werd de Holiday Season, (de periode dat het werken op het land gedaan was en men wat meer tijd had voor rust, elkaar en gezellig samen zijn) een tijd met een nieuw begrip voor het familieleven. Ook de plek/waarde van de kinderen in het maatschappelijk plaatje veranderde, de jeugdperiode werd meer en meer gezien als een periode in het leven waarin meer bescherming, verzorging, training en onderwijs nodig waren.
En zo werd de Holiday Season op den duur een rustige tijd met aandacht voor het huiselijk leven. Winkels begonnen in 1820 met advertenties voor Kerstaankopen en rond 1840 hadden de kranten aparte pagina’s voor ‘holiday advertisements’, die vaak afbeeldingen van de opnieuw populaire Santa Claus hadden.

Ondertussen, volgde in 1821 een nieuwe verandering aan het Sankte Claus verhaal. William Gilley printe een tien pagina’s tellend boekje, getiteld “A New Year’s Present, to the Little Ones from Five to Twelve Number III : The Children’s Friend” geschreven door een anonieme auteur. Door dit boekje, werd het rendier toegevoegd aan de Santa Claus traditie en verdween het paard.
Het is een gedicht over (of van!!) “Santeclaus”, die gekleed was in bont en in een door één rendier getrokken slee reed.

Hier kwam dus wat Scandinavische invloed in het leven van Sante Claus.
Toen in 1822 tijdens een interview, William Gilley door New York’s Troy Sentinel editor Orville L. Holley werd gevraagd wie het boekje geschreven had en van wie het idee met de slee and het rendier was, toen gaf Mr. Gilley geen naam van de schrijver, maar hij glimlachte en zei: “Dear Sir, the idea of Santeclaus was not mine nor was the idea of a reindeer.” (Beste man, het idee achter Santa was niet van mij en evenmin is het idee van het rendier en slee van mij. zie ook volledig antwoord). Dit antwoor werd (en word nog steeds) later meestal fout ge-quote als; “”Dear Sir, the idea was not mine nor was it the idea of the reindeer.” “Beste man, het idee was niet van mij en evenmin is het idee van het rendier”).

Dit was het volledige antwoord: “Dear Sir, the idea of Santeclaus was not mine nor was the idea of a reindeer. The author of the tale but submitted the piece, with little added information.
However, it should be noted that he did mention the reindeer in a subsequent correspondence. He stated that far in the north near the Arctic lands a series of animals exist, these hooven and antlered animals resemble the reindeer and are feared and honored by those around, as you see he claims to have heard they could fly from his mother. His mother being an Indian of the area.”
Beste man, het idee van Santeclaus was niet van mij en evenmin was het idee van een Rendier van mij.

De auteur van het verhaal heeft het stuk, met slechts weinig toegevoegde informatie ingediend. Echter moet worden opgemerkt dat hij de rendieren ook in een verdere briefwisseling vermeldde. Hij verklaarde dat ver in het noorden in de buurt van de arctische gebieden een aantal dieren bestaan, deze gehoefde en gewei dragende dieren de lijken op rendieren lijken en worden zowel gevreesd als vereerd door de mensen die in hun buurt wonen, en het geval wil dat hij beweert van zijn moeder te hebben gehoord dat ze konden vliegen. Zijn moeder is een Indiaanse uit die streken.

De tekst van dit gedicht en de vertaling door J.W. Koning staan op deze site op de pagina met o.a. het gedicht “tWas The Night Before Christmas”.

In 1822 werd het gedicht: “An Account of a Visit from Saint Nicolas” gepubliceerd. Later werd het nog bekender onder de naam “(‘tWas) The Night before Christmas.” Lange tijd werd aangenomen dat dit gedicht geschreven was door Clement Clarke Moore een vriend en buurman van William Gilley. Tegenwoordig neemt men aan dat het van de hand is van Henry Livingston, Jr. De tekst van dit gedicht en een vertaling door J.W. Koning vindt u op een andere pagina op onze site.

In het gedicht wordt Santa beschreven als een elf met een (arre)slee getrokken door acht rendieren, die droegen de namen Blixem, Comet, Cupid, Dancer, Dasher, Dunder, Prancer, and Vixen. Op grond van hun namen lijken het 7 manlijke rendieren met 1 vrouwtje te zijn (Vixen= teefje =ondeugd), maar tegenwoordig zijn Dancer en Cupid vaak ook vrouwtjes.

Later werden er twee hernoemd, Dunder werd Donder en nog later Donner, en Blixem werd Blitzen.
Het grappige hierbij is dat de toenmalig uitspraak van Blixem en Dunder(Donder) in het Nederlands donder en bliksem betekenen, wat zowel kan verwijzen naar de germaans god Donar (heer over donder en bliksem), als kan verwijzen naar hun snelheid (zo snel als het geluid of zo snel als de bliksem) en ook kan het betekenen dat het ondeugende rendieren waren (dondersteen en bliksem waren vroeger ook benamingen voor ondeugende bengels)
En nog grappiger is, dat na deze naamsverandering van deze twee rendieren, ze eigenlijk nog steeds dezelfde naam hebben, maar nu met een Duitse schrijfwijze en uitspraak (Donner en Blitz).

Hier had Santa dus voor het eerst zijn 8 rendieren en ook ging hij voor het eerst, net als de geesten van de doden bij het Yule-feest via de rook, door de schoorsteen het huis in en uit. Een tweede verwijzing naar dat via de rook binnenkomen zit (misschien onbedoeld) in zijn pijp, waarvan de rook om zijn hoofd kringelt. In elk geval is zijn opstijgen door de schoorsteen een bijna ‘letterlijk’ beeld van de uitdrukking “In rook opgaan” waarbij ‘opgaan’ zowel oplossen als omhoog gaan kan betekenen.
En hier werd hij voor het eerst ook rond/dik/gezet genoemd.
Het is het begin van het misverstand dat Santa zelf dik is, dat hij dik lijkt, komt door zijn dikke winterkleding met dubbele voering tegen de kou.

In 1841 huurde een winkelier in Philadelphia (J.W. Parkinson), een man in, die verkleed in een “KrisKringle” kostuum de schoorsteen van zijn winkel moest beklimmen. Duizenden kinderen kwamen naar deze winkel om hun Santa Claus te zien.
Dit was dus het eerste bekende publieke optreden van Santa Claus / Kris Kringle.
Het was slecht een kwestie van tijd, voordat de andere winkels ook de kinderen, en hun ouders wilden lokken met het kunnen zien van een levende (echte) Santa Claus.

Veel van de zaken rond de Kerstman, zijn dus allemaal overgenomen van Europese tradities.

  • Zijn middel van vervoer, eerst ezel (Engeland, Frankrijk, Duitsland) dan paard (Nederlands) dan slee met rendier(en) (Scandinavië),
  • zijn helpers, de Elfen en de Gnooms komen van de Scandinavische Yuleman met zijn Nisses en/of Gnooms,
  • zijn onopgemerkt rondgaan bij het geschenken brengen verwijst zowel naar de kunst van Nisse om onzichtbaar te zijn, als naar de wens van Sint Nicolaas om niet gezien te worden,
  • zijn huidige publieke binnenkomst (komt van de Sint Nicolaas intocht),
  • de kerstboom (Luther, Duitsland),
  • de mistletoe (Engeland),
  • de groene versieringen en de lichtjes (Yule-feest, Europa in het algemeen)
  • en natuurlijk zijn namen (Santa Claus => van het Nederlandse Sankte Claes/Klaes, en het Duitse Sankte Claus), (Kirstkindle dat verbasterd werd tot Kriss Kringle => Duitsland) en Nicholas (ook algemeen europees, alhoewel sommigen zeggen het komt van het scandinavische Niels (Nicholas) wat weer verwant is aan Nisse.)

De naam SANTA CLAUS komt dus geheel niet af van Sinterklaas.
Direct na de 2e wereldoorlog en zelfs in het begin van de 50 jaren werd het als onfatsoenlijk en brutaal beschouwd las je Sinterklaas zei, in plaats van ‘netjes’ Sint Nicolaas. in sommige gezinnen kreeg het kind straf en op sommige scholen zelfs strafwerk als het Sinterklaas zei. De overgang van Sint Nicolaas naar Sinterklaas en dus de acceptatie van de naam Sinterklaas speelt zich dus af tussen eind 30-tiger jaren en medio 50-tiger jaren.

Bijna 200 jaar na de eerste vindbare vermelding van Sant a Claus. QUOTE: Did you know that the first recorded mention of Santa Claus in the United States was in 1773? The New York Press reported a story about a “St. A Claus.” (korte vertaling: De eerste vindbare vermelding van de naam Santa Claus is uit 1773.)
Dit geeft naar mijn mening duidelijk aan dat de naam Santa Claus dus niet afstamt van Sinterklaas maar vermoedelijk afstamt van Sankte Claus (zowel oud Duits als oud Nederlands)

En ja dan zijn uiterlijk, er wordt vaak gezegd dat het afstamt van de rode mantel en mijter van SintNicolaas. Maar niets is minder waar, het is het kostuum van de Weihnachtsmann geworden Yuleman. Zoals verderop wel duidelijk wordt.
Zelfs zijn muts stamt niet af van de mijter, hoewel velen ook nu nog willen beweren dat het onweerlegbaar wel zo is. De mijter had en heeft een vijfhoek vorm, De muts van de Kerstman gewoon de algemmen gangbare driehoeks vorm, die je bijvoorbeeld veel bij mutsen van zeelui zag of als slaapmuts, maar die ook terug te vinden is in hoofddoekjes omslagdoeken voor vrouwen enz.
En bij geen van deze werd of wordt verondersteld dat dat van Saint Nicolaas komt.
Dus geen onweerlegbare verbinding, maar enkel een hoogst onwaarschijnlijke verbinding waar andere opties (algemene driehoek veel en veel waarschijnlijker zijn. In zo’n geval moet je dus concluderen GEEN verbinding.

MerryOldSanta

Nast’s Santa tekeningen uit 1889.

De man die het meeste aan het uiterlijk van Santa Claus heeft bijgedragen is Thomas Nast.
Hij was geboren in Landau in de Pfalz (tussen Karlsruhe en Kaiserslautern) op 27 September 1840.
Op zes-jarige leeftijd emigreerde hij samen met zijn moeder naar Amerika (zijn vader volgde 4 jaar later) en ze gingen in 1846 in New York wonen.

Na zijn kunststudie, kreeg Nast op de leeftijd van 15 jaar, een baan als illustrator bij Frank Leslie’s Illustrated Newspaper. Toen hij 19 was, werkte hij al bij Harper’s Weekly en nog later reisde hij, in opdracht voor andere publicaties, naar Europe, en bezocht toen ook weer zijn geboortestreek in Duitsland.
Hij was al spoedig een bekende tekenaar van politieke cartoons. Heel bekend zijn bijvoorbeeld de U.S. icons: Uncle Sam, de ’Democratic donkey’, en de Republikeinse olifant. Minder bekend bij het grote publiek is (nog) hoeveel Nast heeft bijdragen aan het uiterlijk van Santa Claus.
Vanaf 1863 tot aan 1890 maakte de illustrator Thomas Nast elk jaar tekeningen van Santa voor de Christmas edities van Harper’s Magazine.MerryOldSanta kleur

Meestal waren dit zwart-wit tekeningen waarbij Nast Santa tekende naar zijn herinneringen van de Weihnachtmann uit Duitsland en hij voegde daar later de pijp en de rendieren en de dikte van de Kerstman uit ‘The Night before Christmas’ aan toe. Na 1890 maakte Nast regelmatig Platenboeken met daarin vele Kerstafbeeldingen en dan vooral ook afbeeldingen van de Kerstman.
Hiernaast een van Nast’s Santa tekeningen uit 1889.

Toen er later gekleurde heruitgaves van zijn Kerstplatenboeken kwamen, koos Nast voor een rode kleding voor de kerstman afgezet met wit bont.
Waarom juist rood en wit is niet bekend.
Dat zou nog een verwijzing naar de rode mantel en witte albe van de Sint kunnen, maar het is waarschijnlijker dat gewoon kleuren gekozen is die zowel afstaken bij groen en geel en daar gelijktijdig ook goed mee harmonieerde en het kan zelfs zijn dat ook hier terug gegrepen werd op de traditionele Yule kleuren.

 

In 1869 stond er in een van zijn boeken met Santa illustraties een gedicht van George P. Webster, die schreef dat Santa bij de noordpool woonde.
Twee van de coupletten vertellen ons dat.

In a nice little city called Santa Claus-ville,
With its houses and church at the foot of the hill
Lives jolly old Santa Claus; day after day
He works and he whistles the moments away.
——
With his dog standing near him, and spy-glass in hand,
He looks for good children all over the land.
His home through the long summer months, you must know,
Is near the North Pole, in the ice and the snow.

Het volledige gedicht is te lang om hier neer te zetten, het staat daarom op dezelfde pagina als “It was the night before Christmas”

In begin van de jaren 1890, had de Salvation Army (Leger des Heils) geld nodig om de gratis Christmas maaltijden, die zij aan arme familes brachten, te kunnen betalen. Zij begonnen werkloze mannen als Santa aan te kleden en zonden hen de straten van New York op om om donaties te vragen. Dit was dus de tijd waar Santa voor het eerst begon een Handbel te dragen.
Deze nu o zo vertrouwde Salvation Army Santa’s hebben sindsdien elk jaar hun rinkelende bellen laten horen op de straathoeken van de Amerikaanse steden.

De traditie rond SantaClaus kreeg een enorme landelijke (en decennia later zelfs wereldwijde) steun in de rug toen in 1897 er een artikeltje in de NewYork Sun verscheen.
Francis P Church, redacteur bij de New York Sun, schreef een artikel in reactie op een brief van een acht jaar-oud meisje, Virginia O’Hanlon. Zij had de krant geschreven met de vraag of Santa Claus echt bestond.
Het artikel is wereldwijd bekend als het “Yes, Virginia, there is a Santa Claus” artikel. De volledige tekst van dit artikel, en een vertaling van J.W. Koning staan op dezelfde pagina als “It was the night before Christmas”

In de jaren 1920-1930 was mede door de in kleur verschenen herdrukken van Thomas Nast zijn Santa illustraties, het uiterlijk van Santa komen vast te staan (gestandaardiseerd) als een bebaarde, tikkeltje te dikke, vrolijke man, in een rood kostuum afgezet met wit bont.
De New York Times schreef in 1927: „Een gestandaardiseerde Santa Claus bezocht de New Yorker kinderen. Grootte, Gewicht, Statuur zijn net zo standaard geworden als het rode kostuum, de muts en de witte baard“.

Het beeld van deze standaard Santa Claus werd door de Amerikaanse Graficus en Cartonist Haddon Sundblom, zoon van scandinavise immigranten, als basis santa cola helicoptergebruikt, toen hij in 1931 voor de Coca-Cola Company voor een reclamecampagne een Kerstman moest tekenen.
Voor de invulling van het gezicht gebruikte hij zijn vriend en buurman Lou Prentiss.
Na diens dood zou Sundblom zijn eigen gezicht met behulp van een spiegel nagetekend hebben.
Tot aan 1964 tekende hij elk jaar minstens een Weihnachtsmann voor de Coca-Cola-reclame en droeg zo bij aan een eenheids (standaard) beeld van de Kerstman. Die reclame was zo succesvol dat sommigen zelfs meenden dat Coca Cola deze standaard verschijningsvorm had uitgevonden beschouwden, iets wat Coca Cola de mensen ook maar al te graag liet geloven.

Er waren zelfs mensen die dachten dat de Kerstman van Coca Cola was. Gelukkig heeft Coca Cola nog niet zo lang geleden op hun eigen site eindelijk toegegeven dat het uiterlijk en de kleuren van Santa allang bestonden voor dat hun reclame campagne begon en dat zij niet de baas zijn over Santa Claus.
Ontegenzeglijk is het wel zo, dat die alle jaren terugkerende wereldwijde reclameacties van Coca Cola flink bijgedragen hebben aan de wereldwijde acceptatie van Santa Claus.
En ook heden tendage heeft Coca Cola nog steeds een Santa in hun eindejaars reclames.

 

Sinds de 20e eeuw bestaat het idee dat Santa Claus elk jaar een lijst maakt met daarop de namen van alle kinderen in de hele wereld, Ze daarbij op grond van hun gedrag verdelend in de categories in “naughty” (stout) of “nice” (lief). En dat hij dan in die éne nacht van KerstAvond, de kinderen in de hele wereld hun geschenken brengt, variërend van speelgoed en snoep voor de lieve kinderen, en soms steenkool voor de stoute kinderen.

Hij krijgt dit voor elkaar met de hulp van de Elfen en de Gnooms die het speelgoed maken in hun werkplaatsen en met hulp van de rendieren die zijn slee trekken.
Dit idee komt vooral door de tekst van het in 1934 gemaakte liedje “Santa Claus Is Coming to Town”, dat erg populair werd.
Naast zijn 8 Rendieren en zijn Elfen (Alvs) en/of Gnooms kreeg Santa er nog meer hulp bij.
Eerst kreeg hij, net als zijn Finse voorganger, een vrouw: mrs Claus, en later kwamen er nog meer rendieren bij. Dat begon in 1939 eerst met een negende rendier:

In 1939 schreef Copywriter Robert L. May van de Montgomery Ward Company een gedicht over Rudolph, het negende rendier. May was als kind vaak Rudolph , the red-nosed reindeeruitgescholden voor “verlegen, klein en dun” te zijn.
Hij verzon een uitgestoten rendier met een glimmende rode neus die op een mistige Kerstavond een held werd.
Santa was gedeeltelijk klaar met het brengen van geschenken toen het zicht steeds minder werd. Santa voegde Rudolph toe aan zijn team rendieren om te helpen het pad te verlichten.
Een kopie van het gedicht werd gratis aan elke klant van de Montgomery Ward Compagny gegeven.

In 1949 schreef Johnny Marks het liedje “Rudolph the Red-Nosed Reindeer.” Rudolph was verplaatst naar de Noordpool waar hij in het begin door de andere rendieren werd geweigerd om mee te doen bij hun rendier spelletjes vanwege zijn raar uitziende neus.

Het liedje werd op plaat uitgebracht door de bekende zanger Gene Autry en werd zijn best verkochte liedje ooit. Naast “White Christmas” is het nu het meest populaire kerstliedje.

Jolly Old Saint Nick:
Father Christmas RedZo als we nu weten, hebben zeer veel mensen geholpen om Santa te maken tot de Santa zoals we die tegenwoordig kennen.
Een gezette man met een licht buikje, lange rode bont-gevoerde mantel met capuchon, halflange jas afgezet met wit bont, zwarte riem, rode puntmuts (slappe omgeslagen punt met bont bolletje aan de punt) met wit bont, rode broek, koperen handbel en zwarte laarzen met wit bont gevoerd.
Het is een vrolijke vriendelijke man die een open oor en aandacht heeft voor de wensen van kinderen.
In de hoop dat Santa hen bij zijn bezoek geschenken geven wil zetten de kinderen koekjes (geen havermout) en melk voor hem neer en voor Rudolph ligt er dan soms een wortel bij.
Santa op zijn beurt legt de cadeautjes dan onder de kerstboom en/of stopt ze in de sokken die bij de haard hangen.

Volgens een Amerikaanse traditie, die terug gevolgd kan worden tot de jaren 1820, woont Santa Claus ergens in de buurt van de NoordPool, met een flink aantal magische Elfen, Gnooms, en negen (oorspronkelijk acht) vliegende rendieren.
Later kwamen er op de Noordpool nog een paar rendieren bij.
In Europa worden ook andere plaatsen als de woonplaats van Santa Claus aangegeven.
Zo wordt bijvoorbeeld ook de plaats Rovaniemi in Finland aangegeven als woonplaats. Volgens de Denen woont Julemanden (de Kerstman) in Groenland nabij Uummannaq, dat deel uitmaakt van het Deense koninkrijk.
Op de pagina hier komen we er nog eens uitvoerig op terug komen we hier nog uitvoerig op terug.
Op dit moment lijkt het ons voldoende om te wijzen op het gegeven dat Rendieren trekdieren zijn die van toendra naar toendra zwerven voor hun voedsel.

En dat er op de Noordpool zelf voor hen geen voedsel is. Ze kunnen er dus best (in de adventtijd) een tijdje op stal staan, klaar voor de grote geschenken rondbreng rit(ten), maar ze zullen de rest van het jaar (vermoedelijk samen met Santa Claus en zijn vrouw) van zomerweide naar zomerweide zwerven voor hun voedsel en hun conditie en het krijgen van eventuele jongeren.
En vermoedelijk heeft Santa op die plekken dus ook woonverblijven staan.

Op zijn manier is St. Nick een echte wereldburger.
Hij is dan wel een man zonder aantoonbare nationaliteit, maar hij woont toch in vele landen ergens langs de poolcirkel en in de adventtijd zelfs dicht bij de Noorpool.
Vandaag de dag is Santa, na Jezus en Maria, de bekendste figuur in de hele wereld, soms in onverwachte plaatsen als bijvoorbeeld China en het midden-Oosten.

Kerstman Gent

 

 

 

Bronvermelding:
Het Sinterklaas en Kerstman Archief van J.W. Koning.
Disclaimer:
Aansprakelijkheid:
De informatie op deze site is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. De website is uitsluitend bedoeld ter informatie van ge-interesseerde leken. Ondanks de in acht genomen zorgvuldigheid kan de informatie op deze site soms niet volledig, niet actueel of voor meerdere uitleg vatbaar zijn of zelfs onjuistheden bevatten.
We zijn niet aansprakelijkheid voor de juistheid, volledigheid of effectiviteit van de aangeboden informatie en producten, noch voor eventuele directe en/of indirecte schade, uit welke hoofde dan ook ontstaan, geleden als gevolg van het gebruik van informatie op deze site. Het gebruik van de informatie geschiedt volledig voor risico van de gebruiker.
Aansprakelijkheid links
Op deze site zijn diverse links naar andere websites opgenomen ter informatie van de bezoekers.
We hebben geen enkele zeggenschap over deze andere sites en aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor eventuele schade, direct of indirect, die ontstaat door gebruik van de op deze sites aangeboden informatie, producten of diensten.